10u00

Anneke Wurth, Presenteren in de lespraktijk

Mondelinge taalvaardigheid bij het schoolvak Nederlands kent weinig systematisch onderzoek. Tijdens de HSN presenteren we tussentijdse resultaten van lopend Phd-onderzoek naar mondelinge taalvaardigheid met daaruit voortvloeiend voorstellen voor de lespraktijk (bovenbouw havo-vwo). Een docentenontwerpteam (DOT) zal vanuit deze resultaten onderwijs ontwikkelen. Tijdens de sessie bediscussiëren we met het publiek welke elementen vanuit het onderzoek daarvoor veelbelovend lijken.De gepresenteerde resultaten komen allereerst uit literatuuronderzoek naar mondelinge taalvaardigheid en feedback. Daarnaast komen de resultaten van een deelstudie naar de huidige lespraktijk aan bod. Vanuit analyses van lesmethodes, interviews met lesboekauteurs, interviews met docenten Nederlands en enquêtes met bovenbouwleerlingen havo en vwo bespreken we visies op het vakonderdeel en de praktijk rond spreken in de klas.

Anneke Wurth, Presenteren in de lespraktijk

10u00

Digitale geletterdheid als uitbreiding van Nederlands: wat werkt wel en wat niet

Het belang van digitale geletterdheid is inmiddels erkend. Het staat als apart onderdeel in onderwijs2032 en is in datzelfde rapport ook genoemd als onderdeel van Nederlands. Er is ook meer duidelijkheid welke aanvullende of nieuwe vaardigheden dit bij Nederlands vraagt. Maar hoe integreren we dat in het curriculum/ lessen Nederlands, zolang er geen nieuwe kerndoelen, eindtermen en schoolboeken zijn? Dat moeten we dan maar samen zelf doen. Naast mijn werk als leraar Nederlands, doe ik al zes jaar onderzoek naar (mijn term) onlinegeletterdheid en hoe we dat in onze lessen kunnen opnemen. Ik heb met verschillende scholen in docent-ontwikkelteams concreet gewerkt aan ontwerpen, uitproberen en onderzoeken van materiaal, lessen over digitale geletterdheid en de daarbij horende didactiek. Dit ontwerpen kan op verschillende manieren. Soms zijn het aanvullende losse lessen, maar soms ook gekoppeld aan het maken van werkstukken of vakoverstijgende leertaken. Vaak wordt er gebruik gemaakt van materiaal van anderen. In deze workshop wil ik samen kijken wat werkt en wat niet, hoe we aan het werk kunnen en wat daarvoor nodig is. Ik zal voorbeelden gebruiken als verheldering.

Jeroen Clemens

10u00

Fictie- en literatuuronderwijs formatief ingestoken: de aanpak in de lerarenopleiding als voorbeeld

Fictie- en literatuuronderwijs en toetsing: een duo dat een uitdagend dilemma vormt. Aan de ene kant wil je leerlingen motiveren om te lezen en het leesplezier voorop stellen. Aan de andere kant wil je toch ook weten of en hoe leerlingen het boek gelezen hebben, wat ze ervan hebben opgestoken en hoe ze de inhoud ervan ervaren hebben. Hoe ga je om met dit dilemma: welke keuzes maak je wat betreft ruimte bieden aan ontdekking én het gericht evalueren van het lees- en leerproces?
Vanuit de praktijk van de lerarenopleiding ervaar je in deze workshop hoe je het lezen van je leerlingen kunt stimuleren, hen kan aanzetten tot meer lezen, op hun leesproces te laten reflecteren en activiteiten te laten ondernemen. Deze formatieve benadering van fictie- en literatuuronderwijs levert niet alleen informatie op over waar de leerlingen staan, maar ook handvatten om het leesonderwijs af te stemmen op de behoeften van de leerlingen.
Aan het einde van de sessie heb je een aantal concrete ideeën opgedaan die je in je eigen onderwijs kunt gebruiken. Het doel: je leerlingen met meer plezier en succes laten lezen, zelf inzicht hebben in het leesproces van je leerlingen en aanknopingspunten om het vervolgonderwijs betekenisvol met de leerlingen vorm te geven.

Esther Arrindel en Gerdineke van Silfhout

10u00

Grip op dyslexie in het mbo met een nieuw protocol

Onlangs is het Protocol Dyslexie mbo gelanceerd in Nederland. Dit protocol geeft mbo-instellingen praktische handreikingen voor screening, diagnosticering en begeleiding binnen de context van Passend Onderwijs (passende begeleiding voor elke individuele student met dyslexie). In de presentatie wordt ingegaan op hoe docenten en zorgspecialisten binnen het mbo studenten met (mogelijke) leesproblemen of dyslexie kunnen signaleren en hoe ze deze groep studenten, vaak met kleine aanpassingen in het onderwijs, zo goed mogelijk kunnen begeleiden. Empowerment van de student staat hierbij centraal: hoe maak je de student zelfredzaam zodat hij in staat is om zijn leerproces zodanig te sturen dat hij de opleiding met succes kan doorlopen en klaar is om zich te redden op de arbeidsmarkt?

Cindy Teunissen

10u00

Leren luisteren naar hoorcolleges

De Universiteit Antwerpen (prof. dr. Jordi Casteleyn) en de Arteveldehogeschool (Pieterjan Bonne en Joke Vrijders) hebben hun pijlen gericht op luistervaardigheid (een vergeten vaardigheid) tijdens hoorcolleges. Gebaseerd op didactiek van tweedetaalverwerving hebben ze een tool gemaakt om studenten te trainen in metacognitieve vaardigheden. Studenten krijgen gedurende zes weken een digitale training van 30 minuten om hun metacognitie, woordenschatstrategieën en notitievaardig-heden aan te scherpen. Op de conferentie wordt de tool voorgesteld en krijgen de deelnemers zicht op het achterliggend wetenschappelijk onderzoek.

Pieterjan Bonne en Jordi Casteleyn

10u00

Multimediaal literair competent: #hoedan?

Multimediaal literair competent: #hoedan? De vraag sluit aan op ons recente overzichtsartikel in Spiegel der Letteren: ‘Doodtij in de delta. Stand en toekomst van het Nederlandse literatuuronderwijs’. Vooruitblikkend schrijven we: ‘Zo is een raam dat hoognodig mag worden opengezet dat van de afbakening. Nederlandse literaire teksten worden al te angstvallig afgezonderd van de fictie in beeldcultuur, anderstalige literatuur en populaire cultuur. In een multimediale samenleving moeten beeldtaal en –verhalen een plaats krijgen binnen de kerndoelen en eindtermen.’ In de workshop willen we met de deelnemers de vraag verkennen hoe we ons multimediaal fictieonderwijs in de bovenbouw moeten voorstellen als we ons niet beperken tot (geschreven) literatuur, maar ook graphic novels, films en games gaan behandelen. Daarbij gaan we in op enkele interessante aanzetten in deze richting.

Erwin Mantingh, Theo Witte, Marjolein van Herten

10u00

Plat in de klas? Hoe streektaal taalonderwijs kan scaffolden

Naast het Fries, zijn ook het Limburgs en Nedersaksisch in Nederland erkend als regionale talen. Daarmee hebben we als onderwijs de kans deze thuistalen op school in te zetten. Maar hoe geef je daar als leraar handen en voeten aan? En hoe zorg je dat dit meerwaarde heeft voor je taalonderwijs in brede zin? In deze workshop ontdek je hoe dit kan. Je gaat zelf aan de slag met lexicale, fonologische, morfologische en syntactische kenmerken van de erkende streektalen en hoe je hiermee betekenisvol taalonderwijs vormgeeft. Natuurlijk is er ook volop ruimte voor discussie over de positie van streektalen in het onderwijs. Deze workshop is een aanrader voor docenten aan lerarenopleidingen met interesse in taalbeschouwing en taalvariatie.

Willemijn Zwart

10u00

Rappers van de Gouden Eeuw: integratie van taalkunde en historische letterkunde in het onderzoek en op school

In de Gouden Eeuw was het Nederlands volop in beweging. Daardoor was het taalgebruik opvallend gevarieerd: Nederlanders gebruikten ouderwetse en nieuwe taalconstructies probleemloos door elkaar. Hoe ontstonden die mogelijkheden in de taal van zeventiende-eeuwers? Hoe werden ze benut door taalkunstenaars als P.C. Hooft of in reisverslagen van Michiel de Ruyter? Deze vragen staan centraal in het onderzoeksproject ‘Language Dynamics in the Dutch Golden Age’, dat momenteel wordt uitgevoerd aan de Universiteit Utrecht. Het project is vernieuwend door het discipline-overstijgende karakter ervan: het vertrekt vanuit de overtuiging dat we taalvariatie alleen goed kunnen begrijpen als we zowel kijken naar de taalkundige eigenschappen van het zeventiende-eeuws Nederlands als naar de literair-historische context van die taaluitingen. Zo lijkt het erop dat auteurs meer variatie aanbrachten in hun taal als ze een metrische tekst schreven (zoals een tragedie) dan wanneer ze proza beoefenden. In deze presentatie maken we u deelgenoot van de discipline-overstijgende aanpak van het project en de winst daarvan. Daarbij zetten we samen met u de stap naar het middelbaar onderwijs: hoe kunnen we in het verlengde van het project taalkunde en historische letterkunde vruchtbaar in het onderwijs combineren? De metrische taaldynamiek in zeventiende-eeuwse teksten kan leerlingen gevoelig maken voor de creatieve mogelijkheden van ritme en rap in onze taal, in verleden en heden.

Feike Dietz en Marjo van Koppen

10u00

Schrijfvaardigheid: beoordelen en feedback

Vind je het beoordelen van de schrijfproducten van je leerlingen lastig? Kost het je keer op keer superveel tijd? Dat hoeft niet! In deze workshop laat ik zien hoe je snel, eenvoudig en betrouwbaar de schrijfvaardigheid van je leerlingen in kaart kunt brengen met behulp van een beoordelingsschaal met ankerteksten. Deze schaal bestaat uit vijf teksten die oplopen in tekstkwaliteit. In deze workshop ga je in de praktijk ervaren hoe dit werkt. Verder laat ik zien hoe deze schaal ook een handig hulpmiddel is voor formatieve evaluatie, bij het geven van effectieve feedback. Hiermee gaan we in de workshop ook aan de slag. Tot slot kijken we naar de bruikbaarheid van een beoordelingsschaal met ankerteksten om de schrijfontwikkeling van leerlingen over tijd inzichtelijk te maken.

Monica Koster

10u00

Woorden werken

In het schooljaar 2016-2017 hebben wij met tien docenten in een docentontwikkelteam gewerkt aan materiaal over taalkundige onderwerpen. Onder leiding van Peter-Arno Coppen, Peter de Swart en Jimmy van Rijt hebben we uiteindelijk drie boekjes met werkvormen gemaakt. Al het materiaal is getest op verschillende scholen en waar nodig aangepast of bijgeschaafd. Leerlingen én docenten waren zeer enthousiast. In deze workshop tonen we u enkele opdrachten over ironie, framing, priming en het mentaal lexicon. Het taalgevoel van de leerling wordt hierin steeds gekoppeld aan de achterliggende theorie. De bijbehorende powerpointpresentaties, werkbladen en docentinstructies ontvangt u na afloop, zodat u het materiaal direct zelf kunt gebruiken.

Barbara Snel, Nienke Wassenberg, Riek Hazenbosch, Carly van Tilborg

10u50

Opening door Henk Hagoort en Ellen Deckwitz

De aftrap voor de conferentie wordt verricht door achtereenvolgens Henk Hagoort, voorzitter van het CvB van Windesheim, en Ellen Deckwitz, neerlandica en dichteres.

aankondiging door André Mottart, voorztter HSN

11u00

Beter technisch lezen dankzij spelvormen in de instructie

Op 9 februari kopte het Algemeen Dagblad in Nederland nog ‘Dyslexie is het gevolg van slecht onderwijs’. Deze krantenkop lokte heel wat discussie uit en is uiteraard overdreven. Het belang van voldoende en didactisch verantwoorde lessen technisch lezen na groep 3/het eerste leerjaar kan echter niet onderschat worden. Door op een goede manier instructie te geven en het leesplezier aan te wakkeren, kunnen heel wat leesproblemen voorkomen worden. Nu krijgen leerlingen soms ten onrechte het label dyslexie opgeplakt. Het gebruik van spelvormen in de instructiefasen kan de morfologische analyse en het herkennen van spellingpatronen en letterclusters op een motiverende manier bevorderen. De betrokkenheid en activiteitsgraad liggen hoger dan bij het lezen van wisselrijtjes en de aanpak is meer strategiegericht dan bij niveaulezen. In deze sessie wisselen theorie, voorbeelden en uitwisseling elkaar af.

Tinneke van Bergen

11u00

Cultureel erfgoed de klas in

Samen met enkele collega’s uit het academisch en het middelbaar onderwijs willen wij een website ontwikkelen voor VWO-leerlingen uit de bovenbouw met als doel om leerlingen kennis te laten maken met cultureel erfgoed zoals dat is nagelaten in de vorm van historische teksten: van handschriften tot gedrukte werken. We kiezen aansprekende thema’s (bijv. taal, klimaatverandering, rampen, ziekte, nationalisme, jeugd, slavernij) waarmee we leerlingen daadwerkelijk aan de slag laten gaan, zodat ze jonge burgerwetenschappers worden. Bij die thema’s laten we steeds ca. drie historische teksten zien, waar we fragmenten uit lichten en waaraan we korte zoek- en kennisopdrachten verbinden die de nieuwsgierigheid prikkelen. Het doel is om cultureel erfgoed / oude bronnen onder de aandacht van scholieren te brengen en te laten zien dat die in alle profielen relevant zijn. Het project moet begin 2018 afgerond worden. Tijdens HSN-31 krijgen docenten de kans input te leveren op de opzet.

Nicoline van der Sijs

11u00

De groeiende tussentaligheid in het Vlaamse onderwijs: een kwestie van herkenning zonder erkenning

‘Weg met de standaardtaal, lang leve tussentaal!’ Deze stelling heeft al heel wat stof doen opwaaien, zeker als ook de positie van standaardtaal binnen de schoolmuren ter discussie wordt gesteld. Dat er in Vlaanderen effectief een kloof bestaat tussen het standaardtalige onderwijsbeleid en de eerder tussentalige schoolpraktijk, is intussen niet meer nieuw. Dat de beleidsdoelstellingen weinig realistisch zijn, evenmin. Toch blijken zowel leerkrachten als leerlingen de standaardtaal nog te herkennen als schooltaal. Met andere woorden: de standaardtaal wordt nog steeds geïdentificeerd als schooltaal. Waarom vormt het gebruik ervan dan zo’n probleem? En, niet onbelangrijk: hoe kunnen we omgaan met de groeiende tussentaligheid in het Vlaamse onderwijs?

Jolien De Decker

11u00

Discoursanalyse – Een alternatief voor het traditionele boekverslag?

Bent u het ook zat om boekverslagen van scholieren.com na te kijken? Bent u op zoek naar een alternatieve vorm om leerlingen met literatuur te laten werken? Het kan anders! Discoursanalyse is een wetenschappelijke methodiek om literatuur te analyseren in verband met de historische context. De methodiek is echter ook goed toepasbaar in de onderwijspraktijk en biedt mogelijk een mooi alternatief voor het traditionele boekverslag, dat veelal wordt samengesteld op basis van knip- en plakwerk van scholieren.com. Discoursanalyse biedt handvatten om leerlingen op een andere manier naar literatuur te laten kijken, bijvoorbeeld door te onderzoeken welke normen en waarden uit een tekst spreken of door gelezen literatuur te koppelen aan de buitenliteraire werkelijkheid. Literatuur kan zo in een historisch kader worden geplaatst of juist aan de actualiteit worden gekoppeld. In deze bijdrage wil ik laten zien hoe een discoursanalyse er concreet uit kan zien.

Aukje van Hout

11u00

Hoe goed zijn leerlingen in het schrijven van syntheseteksten? Verslag van peilingsonderzoek naar de schrijfprestaties, schrijfprocessen en attituden van leerlingen uit vwo 4, 5 en 6

Verslag van peilingsonderzoek naar de schrijfprestaties, schrijfprocessen en attituden van leerlingen uit vwo 4, 5 en 6 (hoogste graad SO). Het schrijven van teksten gebaseerd op externe bronnen is een belangrijke vaardigheid in het hoger onderwijs. Als voorbereiding op een onderzoek naar effectieve leerprogramma’s voor leerlingen in het voortgezet onderwijs, hebben we een peilingsonderzoek verricht. Representatieve steekproeven van leerlingen uit vwo 4, 5 en 6 schreven ieder vier zogenaamde syntheseteksten. Dit zijn teksten waarin leerlingen informatie uit externe bronnen integrerend presenteren, als een stand van zaken. We verzamelden dergelijke teksten ook bij Bachelorstudenten (eerste- en tweedejaars). Naast schrijfprestaties verzamelden we ook gegevens over schrijfprocessen en attituden. In de HSN-presentatie beleeft u de primeur van de resultaten van dit onderzoek. Welke kwaliteiten heeft de tekst van een gemiddelde vwo-4/5/6-leerling? Schrijven leerlingen in vwo 5 beter dan leerlingen uit vwo 5? Hoe gevoelig zijn leerlingen voor het onderwerp waarover ze schrijven (stabiliteit van de vaardigheid)? Hoe gaan leerlingen te werk? Zijn er duidelijke verschillen in schrijfprocessen tussen zwakke en sterke teksten? Worden leerlingen gehinderd door minder gunstige attituden jegens schrijven en schrijfprocessen?

Gert Rijlaarsdam, Nina Vandermeulen, Brenda van den Broek en Elke van Steendam

11u00

Hoe kan de MOOC Beter schrijven in het hoger onderwijs ingezet worden in het schrijfvaardigheidsonderwijs?

Voor 15-25% van de aankomende studenten wordt de stap naar het hoger onderwijs bemoeilijkt doordat hun schrijfvaardigheid matig tot onvoldoende blijkt te zijn. Veel studierichtingen hebben het vak (Academische) Schrijfvaardigheid dan ook in het eerste jaar studiejaar in het curriculum opgenomen maar niet alle opleidingen hebben de mogelijkheid studenten structureel te begeleiden bij het schrijven. De Massive Open Online Course (kortweg: MOOC) Beter Schrijven in het hoger onderwijs biedt studenten de mogelijkheid om via een gratis online cursus zelfstandig, op ieder gewenst tijdstip, hun schrijfvaardigheid te verbeteren. Er is in deze MOOC veel aandacht voor het stapsgewijs doorlopen van het schrijfproces. Die stappen worden voor de deelnemers aan de MOOC concreet doordat we in de MOOC studenten aan het werk zien via het zogenaamde observerend leren (hardop denken). De eerste reacties van studenten die de MOOC hebben getest, zijn dan ook enthousiast. De MOOC is ook uitstekend te gebruiken voor aspirant studenten die zich na hun vooropleiding alvast willen voorbereiden op hun stap naar het hoger (schrijf)onderwijs. Docenten kunnen de MOOC (of onderdelen ervan) inzetten in hun lessen, bijvoorbeeld via het principe van flipping the classroom waardoor zij in hun lessen veel aandacht kunnen besteden aan het begeleiden van het schrijfproces van hun studenten. In deze presentatie krijgt u een indruk van de inhoud van de MOOC en van de mogelijkheden de MOOC in te zetten in het schrijfonderwijs.

Francien Schoordijk en Nicky Heijne

11u00

Rijk taalonderwijs in de context van burgerschap

Wij presenteren, samen met mbo-leraren, het ontwerp voor een pilot die we met ingang van september 2017 gaan starten in het mbo en die erop gericht is dat Deltion College, Stichting Lezen en Hogeschool Windesheim met behulp van ontwerpgericht onderzoek een pilot vormgeven waarin het vak Nederlands wordt verbonden met burgerschap. Dat betekent dat studenten rond betekenisvolle en verrijkte burgerschapsthema’s zullen lezen, schrijven, spreken en gesprekken voeren. Het doel van onze presentatie is dat we samen met de deelnemers inhoudelijk in gesprek gaan over dit ontwerp en van de aanwezige mbo-docenten eerste ervaringen zullen horen.

Erna van Koeven

11u00

Vakoverstijgende (examen)training – Goed lezen van examenvragen en het opschrijven van je antwoorden

Vanuit de praktijkervaring dat leerlingen moeite hebben met het goed lezen van toetsvragen en het formuleren van antwoorden hebben wij onderzoek gedaan naar de invloed van het Nederlands op het goed lezen van toetsvragen bij andere vakken (vakoverstijgend). De uitkomsten waren significant. Toetsvragen vormen voor leerlingen vaak een struikelblok door de manier waarop de vragen (onnodig) complex geformuleerd zijn. Bij beter geformuleerde toetsvragen scoren leerlingen aantoonbaar beter. Een uitdaging voor het werkveld: 1. met elkaar vakoverstijgend toetsvragen beter formuleren 2. leerlingen de vaardigheid van het lezen van complexe toetsvragen aanleren. Daarnaast is ook zeker veel te winnen met het aanleren van vaardigheid bij het formuleren van antwoorden.

Sonja van Overmeeren en Hans van Nijnatten

11u00

Verdiepend lezen – Leerlingen begeleiden bij het begrijpend lezen van complexe teksten

Alle leerlingen lezen complexe teksten. Niet alle leerlingen weten hoe ze deze complexe teksten moeten aanpakken. Complexe teksten zijn teksten die moeilijk zijn door bijvoorbeeld de structuur, het taalgebruik, de diepere laag of de achtergrondkennis die nodig is. Als leerlingen complexe teksten begrijpend – ofwel verdiepend – kunnen lezen, verbetert hun leesvaardigheid. Ze zijn in staat dat wat ze leren van de tekst daadwerkelijk te gebruiken. Zo kunnen ze een actieve en kritische bijdrage leveren aan de kennismaatschappij. Verdiepend lezen helpt bovendien de referentieniveaus te halen.

Linda Geerlings

11u00

Wat te doen met lidwoordfouten? In Nt2, ISK, voortgezet onderwijs, mbo/secundair beroepsonderwijs en hoger onderwijs?

Docenten lopen aan tegen een toenemend aantal lidwoord- en lidwoordafhankelijke fouten in de gesproken en geschreven teksten van hun leerlingen/studenten. Docenten Nederlands voelen zich vaak verplicht hier in hun lessen ‘iets aan te doen’, maar weten niet altijd hoe hiermee om te gaan en vallen vaak terug op ‘ouderwetse taaloefeningen’ met de lidwoorden. In deze bijdrage wordt eerst geschetst welke lidwoorden het Nederlands heeft en welke lidwoordafhankelijke vormen die met zich meebrengen. Vervolgens kijken we naar het gebruik en de betekenis van lidwoorden en naar de ontwikkeling die zich de afgelopen tijd aftekent. Dan worden verschillende lidwoordfouten gepresenteerd en wordt bekeken welke leerlingen/studenten welke fouten maken. We kijken op twee manieren naar deze fouten: vanuit de verwerving van lidwoorden door moedertaalsprekers, twee- en meertaligen. en vanuit de didactiek/methodiek: wat wordt er in het onderwijs gedaan en welk effect heeft dat op het lidwoordgebruik. Hierbij krijgt ook het gevorderdenniveau (ERK B2 en hoger) de nodige aandacht. Tot slot gaan we in op de vraag wat je als docent, rekening houdend met het hier gepresenteerde, in je lessen nu juist wel of maar beter niet zou kunnen doen.

Wilma van der Westen (2)

11u40

Betrokken lezers in het voortgezet onderwijs: over de rol van leesmotivatie, woordenschat en leesstrategieën

Succesvolle lezers zijn betrokken lezers. Betrokken lezers zijn lezers die gemotiveerd zijn om te lezen en bewust en actief lezen, dat wil zeggen: in de gaten houden of ze teksten nog begrijpen en ingrijpen als ze iets niet meer snappen. Ze kunnen daarbij bovendien varen op hun kennis van de wereld. In zijn lezing gaat Roel van Steensel in op de vraag hoe leesmotivatie, leesweerstand en leesangst een rol spelen in de leesvaardigheid van (taalzwakke) leerlingen en hoe leesmotivatie effectief bevorderd kan worden. Ook gaat hij in op het leesproces en de rol die voorkennis en woordenschat daarin spelen en op de rol van leesstrategieën. Hij kijkt onder meer naar de vraag waarom woordenschat juist voor meertalige leerlingen van belang is en waar effectieve instructie in leesstrategieën van afhankelijk is.

• Roel van Steensel (Erasmus universiteit en bijzonder hoogleraar VU)

11u40

Het beleid van de Nederlandse Taalunie

Hans Bennis, alg. secr. (presentatie door medewerker)

11u40

Het wonderbaarlijke effect van digitale prentenboeken

Deze presentatie zit vol demo’s en prikkelende voorbeelden over hoe digitale media je aandacht kunnen focussen of juist versplinteren. Digitale prentenboeken zijn daar een mooi voorbeeld van. Er is tien jaar wetenschappelijk onderzoek gedaan naar digitale prentenboeken. En de resultaten zijn verrassend. Wist je bijvoorbeeld:
o ze zijn bijzonder effectief bij kinderen met een concentratieprobleem
o na een paar uur digitale prentenboeken gebruiken scoren deze kinderen gemiddeld beter op de Cito-taaltoets.
o soms gaan ze zelfs beter presteren dan leeftijdgenoten die geen concentratieprobleem hebben.
Maar hoe kan dat? Waarom zijn digitale prentenboeken zo effectief? Wat is de magie?

Christiaan Coenraads (Het Woeste Woud)

12u20

Beter schrijven met peer assessment

Wie kent het niet: al je feedback, tips en tops op het schrijfwerk van je leerlingen verdwijnen linea recta in de prullenbak zodra de bel gaat. Zonde van jouw energie en de energie van je leerlingen! Want: echt goed leren schrijven doe je door je tekst keer op keer op keer te herschrijven. Dat lukt pas als je ziet wat anders en beter kan in je tekst … En daar zit nu precies de waarde van peer feedback.
Peer feedback is zoveel meer dan alleen leerlingen naar de tekst van de buurman laten kijken. Door middel van modellen, verfrissende werkvormen en concrete criteria kun je leerlingen handvatten bieden die ze nodig hebben om steeds preciezer naar teksten, van anderen én zichzelf, te kijken, en daarmee boven zichzelf uit te stijgen. In deze interactieve workshop ga je zelf aan de slag met verschillende werkvormen en andere tools om werk te maken van effectieve peer feedback in je klaslokaal. Deze workshop is een aanrader voor docenten die staan te popelen om leerlingen te laten groeien als schrijver en hun tijd liever gebruiken voor individuele aandacht, dan voor weer een berg nakijkwerk.

Willemijn Zwart en Karen Wentzel

12u20

Creëer je eigen poëzie-canon. Op weg naar een wetenschappelijke basis voor poëziedidactiek.

Niet alle leerlingen zijn geboeid door het lezen van poëzie, maar hoe kan je als leerkracht ervoor zorgen dat jouw leerlingen toch poëzie gaan appreciëren? Wij onderzochten welke factoren de intrinsieke motivatie voor het lezen van poëzie bepalen: personalia, onderwijstype, kennis van literaire begrippen, cognitieve vermogens, en motivationele variabelen. Daarenboven gaat men ervan uit dat er zes niveaus in het lezen van romans bestaan, maar geldt dit ook voor het lezen van poëzie? We probeerden deze vragen te beantwoorden door 270 leerlingen uit de laatste graad van het secundair onderwijs te bestuderen. We ontdekten o.a. dat er slechts drie niveaus in de appreciatie van het lezen van poëzie bestaan, en dat onderwijstype, leeftijd, geslacht en afkeer van moeilijke teksten deze appreciatie verder bepalen. Kennis van literaire begrippen en cognitieve vermogens spelen dus geen rol. Op basis van deze onderzoeksresultaten zullen we tijdens deze sessie de deelnemers leren hoe ze zelf een poëzie-canon kunnen samenstellen die bij leerlingen de intrinsieke motivatie voor het lezen van poëzie stimuleert en die leerkrachten direct in hun eigen klaspraktijk kunnen inzetten.

Jordi Casteleyn

12u20

De Atlas van de Nederlandse taal in een Nederlandse én Vlaamse editie. Toonbeeld van pluricentrisme of betreurenswaardige scheidingsdrang?

In mei dit jaar is de Atlas van de Nederlandse taal verschenen (Uitgeverij Lannoo, 2017). Die is het werk van een Vlaams-Nederlands auteursteam (Fieke Van der Gucht, Johan De Caluwe, Mathilde Jansen, Nicoline van der Sijs), en is meteen in twee edities uitgebracht: een Vlaamse en een Nederlandse editie. Dat gaf de auteurs alle vrijheid om eigen accenten te leggen in de keuze van de thema’s, in de uitwerking van de thema’s, in de voorbeelden, in de formulering.
Is deze gang van zaken nu een toonbeeld van pluricentrisme? Bevestigen de twee edities met andere woorden de status van Vlaanderen en Nederland als autonome taalgemeenschappen, met een eigen taalgeschiedenis, en een eigen spraakmakende gemeenschap? Of is hier veeleer sprake van een betreurenswaardige profilerings-, om niet te zeggen scheidingsdrang?
We lichten de opzet van de Atlas toe en kijken naar de receptie van de Atlas in Nederland en Vlaanderen. En we proberen daarmee een antwoord te geven op de vraag hoe het anno 2017 gesteld is met die veelbesproken ‘eenheid in verscheidenheid’.

Johan de Caluwe

12u20

Kijken naar schrijver of naar product? Een interventiestudie naar het effect van observerend leren en het bestuderen van voorbeeldteksten bij startende universiteitsstudenten

Onderzoek toont aan dat observerend leren schrijven voordelen heeft: schrijven en leren schrijven worden losgekoppeld; studenten krijgen meer inzicht in de achterliggende processen van schrijvers en gaan sterker geloven in hun eigen kunnen. Toch hebben ook klassieke methodes zoals de analyse van voorbeeldteksten positieve effecten. In een interventiestudie aan de KU Leuven bij startende eerstejaarsstudenten vergelijken we daarom het effect van twee soorten interventies: de observatie van hardop denkende schrijvers op video (proces) en de analyse van voorbeeldteksten (product). In onze presentatie belichten we kort de theoretische achtergrond van de studie, behandelen we de beoordeling van de schrijftaken en delen we de eerste resultaten mee.

Jordi Heeren en Kirsten Fivez

12u20

Leren presenteren met Virtual Reality

Leerlingen laten presenteren kan een van de leukste werkvormen binnen het onderwijs zijn. Maar hoe geef je leerligen handvatten om te reflecteren op hun presentatievaardigheden? Dat is behoorlijk lastig. Los van het feit dat het vaak moeilijk is om concreet te kunnen uitleggen wat er beter kan aan een presentatie, dwing je leerlingen in een kwetsbare positie voor een groep.
Een oplossing voor deze problemen is het inzetten van Virtual Reality: een leerling kan in een veilige virtuele ruimte zijn presentatie oefenen, zo vaak hij maar wil. Tijdens de uitvoering van die presentatie worden verschillende aspecten door sensoren gemeten: waar kijk je, hoe beweeg je je armen, wat zijn je stopwoorden, hoe gebruik je je stem en wat gebeurt er met je hartslag? De antwoorden op al deze vragen bieden de leerlingen handvatten om goed te reflecteren op hun presentatie. We willen docenten Nederlands en lerarenopleiders laten zien hoe we deze Virtual Reality-opstelling gebruiken tijdens meerdere modules taalbeheersing voor leraren Nederlands in opleiding.

Frank Sturrus en Joris van Hamersveld

12u20

Mbo-studenten lezen wél!

In 2012 werd door Passionate Bulkboek de verhalenwedstrijd Er Was Eens ontwikkeld, specifiek voor onderbouwleerlingen van het vmbo. Na twee pilots ontstond een nieuwe vorm van lees- en schrijfonderwijs, die veel lof oogstte bij de deelnemende vmbo-docenten Nederlands. Dat trok de aandacht van het Rotterdamse ROC: Albeda College. In nauwe samenwerking werd het intercurriculaire lesmateriaal voor vmbo aangepast aan de eisen van het mbo en de elementen die de potentiële lezers/schrijver in het vmbo zo aanspraken, aangepast aan de leeftijden, beroepsinteresses en belevingswereld van mbo- studenten. Onder het motto Albeda leest! groeit het aantal deelnemers aan de verhalenwedstrijd binnen Albeda gestaag. Wij leggen uit wat de succesfactoren zijn, welke elementen doorslaggevend zijn, en we laten de aanwezige docenten praktisch kennismaken met enkele werkvormen in het ontwikkelde lesmateriaal.

Wilma van Raamsdonk en Marlene Vrijhof

12u20

Taalactief! Taalbeschouwing in actieve werkvormen voor het algemeen, kunst- en technisch secundair (voortgezet) onderwijs

In deze workshop werken we een aantal concrete werkvormen uit die leerlingen uit de tweede en/of derde graad van het algemeen, kunst- en technisch secundair onderwijs (bovenbouw voortgezet onderwijs) aanzetten om op een actieve manier stil te staan bij taal. De focus ligt op een inductieve aanpak: vanuit concreet taalgebruik verschuift de klemtoon naar het taalsysteem om dan terug te keren naar het praktische taalgebruik. Taalvaardigheid is immers een sleutelcompetentie die voor jongeren broodnodig is om optimaal te kunnen functioneren en zich zelfstandig een weg te kunnen banen in onze huidige communicatiemaatschappij en die van morgen.

Lieve Knop en Annelies van Laere

12u20

Teksten schrijven in de basisschool: enjoyable én effectief

De afgelopen jaren verschenen er twee nieuwe multimediale onderwijspakketten waarmee de leerkracht in het primair onderwijs kwalitatief goede schrijfactiviteiten kan uitvoeren met zijn leerlingen. De uitgangspunten achter deze onderwijspakketten worden toegelicht, waarbij met name aandacht zal worden besteed aan de wijze waarop de instructies in schrijven aan kracht kunnen winnen, door gebruik te maken van genredidactiek in combinatie met modelling. Bij dit laatste zijn in het pakket tal van videoclips opgenomen waarin leerlingen hardop denkend vertellen hoe ze een schrijfprobleem aanpakken. We presenteren de onderwijspakketten: een eerste gericht op het verhalende genre: ‘Mijn Pen Heeft Iets te Vertellen’, het tweede gericht op het betogende genre: ‘Ik vind iets, en jij…?’. Ook wordt ingegaan op gebruikerservaringen.

Eline Seinhorst en Eric Besselink

12u20

Verhalen en gevoelige gesprekken in de klas. Een uitdaging voor het opleiden van leraren Nederlands

Veel docenten vragen zich af, hoe ze moeten omgaan met controversiële onderwerpen in de klas, nu de maatschappelijke polarisatie toeneemt en doordringt in de klas. Verhalen en gedichten kunnen daarbij helpen, omdat ze een ‘veilige’ afstand bieden tot persoonlijke ervaringen en tegelijk inleving in mensen in andere situaties kunnen bevorderen. Binnen de lerarenopleiding Nederlands onderzoeken we hoe we docenten kunnen voorbereiden op hun pedagogische taak om deze onderwerpen te bespreken aan de hand van verhalen voor kinderen en jongeren. Het doel van onze aanpak is bij te dragen aan de persoonlijke én professionele ontwikkeling van studenten, tot docenten die hun enthousiasme voor lezen kunnen overbrengen in betekenisvolle literatuurlessen, gericht op de persoonsvorming van leerlingen. We presenteren onze onderzoeksresultaten en laten de aanpak zien aan de hand van voorbeelden.

Jolien Brussen en Floor van Renssen

12u20

‘Dit schilderij gaat over mij’

Kunst Dichtbij is een project waarin stichting Taalvorming kunst en erfgoed dichter bij kinderen én bij de basisschool brengt. Leraren en kinderen ervaren dat kunst en cultuur onmisbaar zijn in het leven bij het vormen van eigen ideeën en een eigen identiteit. Lessen Kunst Dichtbij vormen de schakel tussen het reguliere taalonderwijs in de klas en museumbezoek. Hierdoor leren kinderen niet alleen over kunstenaars en tijdperken maar ook: kijken naar kunst en verwoorden wat het met je doet en wat het met jou te maken heeft. Kinderen ervaren dat je in kunst en erfgoed elementen kunt herkennen uit je eigen leven. In een presentatie laten we zien hoe we die verbinding tussen school en museum tot stand brengen en wat dat oplevert aan betrokkenheid en taaluitingen. Door een aantal werkvormen met elkaar uit te voeren, ervaren deelnemers hoe zij zelf een verbinding tussen henzelf en een kunstwerk onder woorden kunnen brengen.

Lisa van der Winden en Hieke van Til

13u20

Aandacht voor zelfinzicht en sociaal inzicht in dialogische literatuurlessen: hoe doe je dat?

In het voortgezet onderwijs wordt er steeds meer aandacht besteed aan de persoonlijke en sociale ontwikkeling van leerlingen, bijvoorbeeld in de vorm van burgerschapsonderwijs. De aandacht hiervoor hoeft echter niet op zichzelf te staan, maar kan in alle schoolvakken geïntegreerd worden. Fictie- en literatuurlessen zijn bij uitstek geschikt om aandacht te besteden aan zelfontwikkeling en sociale ontwikkeling: niet alleen filosofen en literatuurwetenschappers zijn hiervan overtuigd, ook empirische studies laten zien dat het lezen van (literaire) fictie veranderingen teweeg kan brengen in de zelfpercepties en sociale percepties van de lezer. Hoe kunnen docenten Nederlands in hun fictie- en literatuurlessen aandacht besteden aan deze aspecten van het lezen van literatuur? Op de HSN doe ik verslag van de ontwikkeling van een lessenserie dialogisch literatuuronderwijs (voor havo 4, maar breder inzetbaar) waarin expliciet aandacht wordt besteed aan wat literatuur bij leerlingen oproept, hoe zij literatuur ervaren en wat die ervaringen hen op persoonlijk en sociaal vlak te bieden hebben. Ik laat zien hoe een eerste versie van de lessenserie tot stand is gekomen, welke ervaringen leerlingen en docenten hiermee hebben gehad, en hoe de lessen vervolgens in samenwerking met betrokken docenten zijn doorontwikkeld. De nadruk ligt daarbij op de geselecteerde teksten en thema’s en op de opbouw van dialogische leeractiviteiten voor, tijdens en na het lezen.

Marloes Schrijvers

13u20

De onstuitbare opmars van ’t Poldernederlands

’t Is al zo gewoon geworden, dat Poldernederlands, dat ’t niet meer opvalt, maar wie erop gaat letten, hoort ’t overal: bij hooggeleerden, presentatoren, politici, leraren Nederlands en gewone mensen.
’t Poldernederlands is ’t gevolg van een taalverandering die zich ook in ’t Engels en ’t Duits heeft voorgedaan, maar in ’t Nederlands pas in de jaren 1960: de drie tweeklanken ei, ui en ou worden verlaagd tot aai, aai en aau.
Dat die verlaging toen in Nederland doorzette heeft alles te maken met de maatschappelijke veranderingen die zich voordeden. Vooral vrouwen hebben daar van geprofiteerd, ook bij ’t spreken, door met hun aai’s (Opzaai) en aau’s (vraauwemancipatie) de uitspraaknormen van ’t ABN te bruuskeren.

Jan Stroop

13u20

Framing? Hoe kritisch denken bij leerlingen bevorderen

Woorden zijn nooit neutraal, maar geven altijd een (politieke) positie weer. Het is de rol van de leraar/docent Nederlands om burgerschapseducatie op te nemen en zijn leerlingen kritisch te leren omgaan met mediaberichten. Via uitgewerkte lesvoorbeelden willen we docenten handvatten aanreiken om die rol waar te maken. We tonen aan dat via nieuwsfeiten heel wat curriculumdoelen zoals taalbeschouwing en leesvaardigheid op een geïntegreerde manier worden bereikt. We vertrekken daarbij vanuit een theoretisch kader rond framing en maken dit concreet via lessen gebaseerd op nieuwsberichten en het didactisch model ‘visible thinking’ van Ron Ritchhart.

Jean Jacobs en Ann Decelle

13u20

Het voorleesgedrag van ouders in een multiculturele stad

Voorlezen is belangrijk voor de taalontwikkeling van kinderen. Hun woordenschat groeit, het stimuleert hun sociale ontwikkeling en bevordert het schools presteren. Via vragenlijstonderzoek gaan we het voorleesgedrag van ouders van een- en meertalige kinderen tussen 3 en 6 jaar uit de stad Antwerpen na. De vragenlijst is opgesteld in eenvoudig Nederlands om een zo breed mogelijk publiek te bereiken. Gegevens van 321 gezinnen werden verzameld via zeven scholen voor kleuteronderwijs. 40% van hen (N = 127) zijn meer- of anderstalig. De gemiddelde leeftijden van ouders en kinderen uit beide groepen verschillen niet significant. Wel hebben meer- of anderstalige ouders gemiddeld een significant lager opleidingsniveau dan eentalige ouders. Een eerste analyse toont aan dat eentalige ouders gemiddeld significant meer voorlezen en meer boeken in huis hebben dan meer- of anderstalige ouders. Eentalige kinderen worden gemiddeld significant liever voorgelezen en vragen er meer om. Het is voorlopig nog onduidelijk of de frequentie van voorlezen te wijten is aan de meertalige context of toe te schrijven is aan het opleidingsniveau van de ouders. In een vervolgonderzoek willen we via kleuterscholen het voorlezen door alle ouders thuis stimuleren in samenwerking met Iedereen Leest.

Charlotte Mostaert

13u20

Improvisatietheater spelen om spreekangst te verminderen

Veel leerlingen ervaren angst als ze voor een groep moeten spreken, maar vaak zal de les Nederlands dit niet expliciet behandelen. Nochtans weten we vanuit psychologie-onderzoek dat er succesvolle manieren bestaan om die spreekangst aan te pakken: cognitieve modificatie, systematische desensitisatie, en vaardigheidstraining. Een cursus improvisatietheater is een plek waar die drie manieren samenkomen. Daarom hebben wij een innovatieve en compacte training voor het secundair onderwijs gecreëerd die de voordelen van improvisatietheater centraal zet en op deze manier de spreekangst van de leerlingen aanpakt. Via een cross-overonderzoeksontwerp hebben we ook de impact van de training bestudeerd. Voor en na de training vulden de leerlingen een vragenlijst in en legden ze een spreekopdracht af die we op video opnamen. Verschillende beoordelaars hebben deze video’s via het digitaal platform D-Pac (www.d-pac.be/) gescoord. Tijdens onze sessie lichten we toe hoe de training in elkaar zit en laten we de deelnemers dit zelfs kort ervaren. Ook bespreken we de resultaten van ons onderzoek en tonen we enkele video’s.

Bart Devos en Jordi Casteleyn

13u20

Leest Vlaanderen zoals Nederland? Vergelijking van technisch lezen aan de hand van de Drie-Minuten-Toets en de AVI-toetskaarten

De Drie-Minuten-Toets en de AVI-toetskaarten (Cito, 2009) voor technisch lezen worden in Nederland en Vlaanderen frequent gebruikt in het onderwijs en in de logopedische praktijk. Eén van de doelen van de toetsmap is normgerichte niveaubepaling. We vergeleken het niveau van technisch lezen bij Vlaamse en Nederlandse kinderen en onderzochten in samenwerking met Cito of de Nederlandse normgegevens representatief zijn voor Vlaanderen. Hiervoor namen we halverwege leerjaar 1 tot 6 de DMT en AVI-toetskaarten af bij 1461 Vlaamse lagereschoolkinderen.
Uit de studie blijkt dat Vlaamse leerlingen in vergelijking met Nederlandse minder goed presteren op technisch lezen op woord- en tekstniveau. Deze resultaten roepen op tot een genuanceerde interpretatie van de Nederlandse normtabellen in Vlaanderen. Het doet ons ook nadenken over mogelijke verklaringen voor het verschil in technische leesvaardigheid tussen Vlaanderen en Nederland.

Heleen Leysen

13u20

Omgaan met online informatie

Wie geboren is in de 21e eeuw, heeft vaak geen duidelijk idee over de verschillende vormen van informatie. Een blog, een nieuwsbericht, reclame, een reactie of een grapje: wat is eigenlijk het verschil? Meningen en feiten hebben immers vrijwel dezelfde verschijningsvorm op een mobieltje. Welke soort informatie je ook bereikt, het voelt als een persoonlijke bericht, met name door de ongebreidelde tussenkomst van social media. Ons onderwijs schiet ruimschoots tekort in de analyse hiervan. Onlinegeletterdheid hoort permanent onderdeel te zijn van alle vakken op elke school, zelfs bij gym. Maar welke docent weet de juiste snaar te raken èn is zelf voldoende onlinegeletterd?
Dus: hoe informeer je je en houd je tegelijk afstand ten opzichte van de waan van de dag? Hoe wijs je leerlingen online de weg? Internet is geen encyclopedie, iets zoeken op het web is eindeloos. En als je iets vindt, is de informatie dan: betrouwbaar, actueel, begrijpelijk, geschikt? Een leerling heeft verschillende vaardigheden nodig om online informatie te zoeken en te gebruiken. 1. Een goede voorbereiding, 2. Het leren opbouwen van een zoekopdracht, 3. Het leren beoordelen van webinformatie. Deze drie punten werk ik uit in deelonderwerpen die handen en voeten geven aan standaardadviezen als: „Je moet wel de juiste zoektermen gebruiken”, „Je moet meerdere bronnen gebruiken” of „Onderzoek altijd of een bron betrouwbaar is”. Een paar tips af en toe zijn volstrekt onvoldoende. Ruime oefening en permanente feedback zijn nodig.

Maarten Sprenger

13u20

Thema’s en taal: een paar apart!

Leerkrachten die ontwikkelingsgericht werken verbinden hun taalonderwijs aan thema’s in de klas. Thema’s met wereldoriënterende inhoud vormen een betekenisvol aanbod om doelgericht te werken aan brede taalvaardigheden. Er worden doelen gesteld op het gebied van mondelinge- en schriftelijke taal. Het thematiserend werken en het onderzoekend leren zorgen voor betekenisvolle lees- / schrijfactiviteiten en gespreksactiviteiten, waarbij de leerlingen actief betrokken worden. Door aan te sluiten bij de ervaringen en verhalen van de kinderen en vanuit de taaldoelen te werken in de zone van de naaste ontwikkeling raken kinderen gemotiveerd om actief deel te nemen en te leren van en met elkaar. In de onderbouw vormt het spel de context voor leren en ontwikkelen en in de midden- en bovenbouw het onderzoek. Thema’s bieden een rijke leeromgeving voor wereldoriëntatie en taal!

Bea Pompert en Gerrie Koster

13u20

‘Nederlands en/of Engels in het hoger onderwijs?’

In deze bijeenkomst presenteert het Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs het onderwerp ‘Nederlands en/of Engels in het hoger onderwijs’ aan de hand van twee rapporten.
Het adviesrapport van de Vlaamse Onderwijsraad wordt in het kort belicht door An de Moor. Daarna is het woord aan Janneke Gerards, voorzitter van de commissie Taalbeleid in het hoger onderwijs, ingesteld door het KNAW, die de onlangs verschenen verkenning ‘Nederlands en/of Engels in het hoger onderwijs? Taalkeuze met beleid in het Nederlands hoger onderwijs’ toelicht:
De keuze voor het Nederlands of het Engels als onderwijstaal op universiteiten en hogescholen vergt zorgvuldige afweging. De taalkeuze moet voor iedere opleiding afzonderlijk worden gemaakt, op basis van argumenten die te maken hebben met de inhoud en doelstellingen van de opleiding. Daarnaast moet worden gezorgd voor goede ondersteuning, zoals het trainen van docenten in het geven van onderwijs in het Engels en een goede integratie van buitenlandse en Nederlandse studenten en docenten in een international classroom. Bovendien is het waardevol om de Nederlandse taalvaardigheid op peil te houden.

Janneke Gerards & An De Moor

13u30

Betekenisvol literatuuronderwijs met behulp van Game Books

1. presentatie
ICT en literatuur kunnen uitstekend met elkaar door een deur. Onderzoek heeft uitgewezen dat literatuuronderwijs vanuit TPACK, SAMR, en het HPC model significant kan bijdragen aan o.a. de didactische en inhoudelijke kennis van aankomende docenten.
Een van de speerpunten bij Nederlands en Engels op de lerarenopleiding is het bevorderen van goed leesonderwijs aan leerlingen op het beroepsonderwijs. Dat doen we door de taaldocenten die wij opleiden voor te bereiden op hun kerntaak om onervaren en soms onwillige lezers in aanraking te brengen met mooie teksten. ICT biedt daarbij een goede mogelijkheid om scholieren over leesvermijding heen te helpen.
Vanuit de genoemde modellen hebben we een projectmatige aanpak ontwikkeld waarin studenten samenwerken om een overdraagbaar product te ontwerpen rond boeken. Een praktijkvoorbeeld daarvan is een project waarbij studenten Nederlands in samenwerking met docenten Engels een ‘gamebook’ hebben gemaakt over Van de Vos Reijnaerde. Dit project genereerde zoveel enthousiasme dat meerdere studenten op eigen initiatief het gamebook zijn gaan inzetten in hun eigen lespraktijk en hier ook over hebben gerapporteerd op de Facebookgroep Leraar Nederlands.

2. workshop (anddere tijdstippen!)
Doel: binnen anderhalf uur de deelnemers een hele cyclus laten doorlopen van het ontwerpen en publiceren van een kort Game Book. Een gamebook is een game, die in een spelvorm contextinformatie bij het verhaal biedt en je eigen keuzes laat maken bij het lezen zodat het lijkt of je het verhaal zelf stuurt. Zo’n gamebook vormt een mooie manier om leerlingen mee te nemen ín een tekst die ze anders misschien niet zo snel zouden gaan lezen. Dit doen we n.a.v. een passage die de deelnemers zelf hebben geselecteerd. Het doel van de workshop is de deelnemers te stimuleren er verder mee te gaan experimenteren in hun eigen onderwijs. Het projectmatige aspect en het element van publicatie van leren zijn onderdelen van een High Possibility Classroom (naar het model van Jane Hunter). Voorbereiding voor workshopdeelnemers: neem een passage mee (bij voorkeur digitaal) van een tekst/boek dat je wilt gebruiken bij je doelgroep. Actie/dialoog-passages zijn geschikter dan beschrijvende passages.

Roland Bruijn en Henk la Roi

13u30

Lezen + schrijven = tekstvaardigheid

Schrijven vergroot de leesvaardigheid van leerlingen en lezen vergroot de schrijfvaardigheid. Door de vakken schrijven en lezen gecombineerd aan te bieden, kunnen we ons (meer) richten op de tekstvaardigheid. Zo leren leerlingen hoe zij verschillende genres, registers en retorische middelen in verschillende contexten effectief kunnen inzetten. Neem bijvoorbeeld de verslaglegging van het nieuws: de betrouwbaarheid van de bron en de ‘feiten’ spelen zeker in het digitale tijdperk een grote rol. Leerlingen die leren om teksten en talige middelen te gebruiken om zo objectief mogelijk de werkelijkheid weer te geven en de goede bronnen juist te gebruiken en verwerken, hebben ook een repertoire om bestaande teksten te analyseren en evalueren op bijvoorbeeld objectiviteit en betrouwbaarheid. In deze workshop verkent u aan de hand van praktijkvoorbeelden hoe lezen en schrijven elkaar versterken en zo tekst en context centraal stellen. Daarnaast geven we u in deze workshop handvatten om zelf het schrijf- en leesonderwijs te combineren zodat leerlingen de gezamenlijke, onderliggende kennis en vaardigheden kunnen toepassen in betekenisvolle taalactiviteiten op school én buiten school.

Lisanne Bos en Gerdineke van Silfhout

13u30

Muziek begrijpen op basis van een taalkundige theorie

In mijn presentatie zal ik overeenkomsten tussen taal en muziek bespreken. Ik wil laten zien dat ons cognitief systeem elke vorm van temporeel geordend gedrag, zoals taal en muziek, op dezelfde wijze structureert. Om muziek of taal te kunnen vatten luisteren we niet naar een stroom opeenvolgende gelijkwaardige klanken, maar proberen we, vaak onbewust, verbanden te leggen tussen de verschillende klanken en proberen we tevens vast te stellen welke klanken essentieel zijn en welke minder belangrijk. Als een luisteraar niet vaststelt wat de belangrijke onderdelen zijn van het geheel, is hij niet in staat de structuur te doorgronden en haakt hij af. Aan de hand van geluidsvoorbeelden zal ik op basis van een taalkundige theorie laten zien hoe we onbewust naar muziek luisteren en geef ik inzicht in waarom je bepaalde muziek wel of niet mooi vindt.

Dicky Gilbers

13u30

Nederlands als zetmeel? Leren leren als bindmiddel voor het gebruik van Nederlands tussen verschillende vakken

Leren leren is een belangrijk aspect van de vakoverschrijdende eindtermen. Leren leren is best wel talig. Leren leren behelst immers dat leerlingen aan de slag gaan met selecteren, vinden en gebruiken van informatie. Leerlingen verkennen ook teksten en worstelen met schooltaalwoorden, samenvatten, structureren en memoriseren. Via een doorgedreven beleid rond Leren leren kan je je leerlingen hierin ondersteunen. Hoe begin je daar nu aan op school-, klas- en leerlingenniveau? Een voorbeeld uit de praktijk…

Maarten de Beucker

13u30

Noteervaardigheden in het eerste jaar aan de universiteit. Hoe meten we het en wat is de verhouding tot lees- en woordenschatvaardigheden?

In deze presentatie onderzoeken we de noteervaardigheid van eerstejaarsstudenten uit de faculteit Sociale Wetenschappen (KU Leuven) en we koppelen die vaardigheid vervolgens aan hun score op een algemene academische taalvaardigheidstoets. Centraal in deze studie staat de manier waarop de notities werden verzameld en vervolgens een score kregen, namelijk met een beoordelingsschaal. Vijf getrainde beoordelaars gaven een cijfer aan de notities met behulp van ankerteksten, voorbeeldnotities die voor een bepaald punt in de schaal stonden. De schaalbeoordeling blijkt dan een betrouwbare manier om de noteervaardigheid van studenten in kaart te brengen. De resultaten tonen ook een samenhang tussen de algemene academische taalvaardigheid van studenten, geoperationaliseerd aan de hand van lees- en woordenschatvaardigheid, en hun noteervaardigheid.

Lieve De Wachter en Jordi Heeren

13u30

Praten over romanfragmenten

Binnen de lessen literatuur moet ruimte gemaakt worden voor een meer lezersgerichte, inhoudsvolle bespreking van gezamenlijk gelezen literatuur: door de bespreking van echte lezersvragen, het uitwisselen van leeservaringen, het vergelijken van verschillende interpretaties en oordelen. Daarvoor is nog maar weinig geschikt lesmateriaal voorhanden.
Onze werkgroep Praten over romanfragmenten heeft een gratis website ontwikkeld met voorbeeldmateriaal voor docenten: met fragmenten uit moderne romans die binnen een lesuur klassikaal te lezen en te bespreken zijn en met vragen die een open klassengesprek over de inhoud van de gelezen fragmenten kunnen bevorderen. In onze presentatie lichten wij onze aanpak en uitwerking toe en vertellen wij over de valkuilen en successen die wij ervaren hebben bij de uitvoering in onze lespraktijk.

Hans Goosen en Sarike Roest

13u30

Sterke klank-tekenkoppelingen, veel meer dan letters

Jarenlang onderzoek toont aan hoe essentieel het is om kleuters een goede basis voor het aanvankelijk lezen mee te geven. Deze sessie licht toe hoe leerkrachten reeds bij jonge kinderen structureel kunnen inzetten op het verkennen van klanken en letters en het stimuleren van klankbewustzijn op een manier die volledig aansluit bij de eigenheid van de kleuter. In de praktijk is er doorgaans wel aandacht voor de lettervorm, maar minder voor de klank zelf. Die is echter minstens zo belangrijk. Met het lichaam fysiek beleven en onderzoeken wat er schuilgaat achter een klank en voelen en bekijken hoe je die uitspreekt verhoogt de kans om sterke klank-tekenkoppelingen te ontwikkelen. Daarnaast wordt aangetoond welke meerwaarde het heeft om rekening te houden met klankeigenschappen bij het stimuleren van klankbewustzijn (of fonologisch bewustzijn).

Astrid Geudens

13u30

Vakoverstijgend lezen met young adult literatuur

‘De leerlingen van nu lezen niet meer, doe daar eens wat aan!’ Geregeld verwijten docenten van maatschappij- of bètavakken de docenten Nederlands dat leerlingen een te beperkte leesvaardigheid hebben, waardoor het begrijpen van opgaven bij vakken als biologie en aardrijkskunde in het gedrang komt. Het is echter al te makkelijk de verantwoordelijkheid voor het vergroten van de leesvaardigheid enkel bij de docenten Nederlands neer te leggen. Door vakoverstijgend fictiewerken te lezen die qua thematiek aansluiten bij een maatschappij- of bètavak, werken docenten samen aan het vergroten van leesvaardigheid én leesplezier. In deze presentatie zullen concrete voorbeelden van vakoverstijgend fictielezen worden gegeven aan de hand van enkele recente young adult romans. Verder is er aandacht voor vragen als: Hoe krijg je docenten van andere disciplines enthousiast? En wat zijn mooie verwerkingsopdrachten bij de gelezen werken? In een afsluitende discussieronde is er ruimte om ervaringen te delen.

Linda Ackermans

13u30

Vertaalde verbeelding: muzische inspiratie voor taalstimulering in de meertalige klas

Door de verdubbeling van het aantal anderstalige nieuwkomers in het Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen en Brussel (Crevits, 2016) zijn heel wat scholen en onderzoeksgroepen op zoek naar werkbare strategieën die optimale leerkansen bieden aan zowel eentalige als meertalige kinderen. In heel wat studies wordt ingezet op activerende werkvormen waarin interactie en samenwerking tussen leerlingen centraal staan. Doorgaans ligt de focus op taalsteun in de vorm van woordenschatonderwijs of het gebruik van thuistalen ter ondersteuning van het leerproces. Voor het praktijkgericht onderzoeksproject ‘taalCULTuur’ ontwierpen we een kader waarbij de raakvlakken tussen taal, beeld, drama, muziek en actief leren in kaart worden gebracht. We starten deze sessie met een muzische workshop ontwikkeld door de studenten Education, MAD en Music en bespreken graag samen met u de strategieën voor taalstimulering die aan bod kwamen. Zo willen we ook u inspireren om een taal aan te leren met muzische werkvormen.

Karen Reekmans en Kris Nauwelaerts

13u30

Werken aan vakmanschap van pabostudenten

Opleidingen basisonderwijs zoeken naar manieren om studenten theorie en praktijk te laten verbinden met elkaar. Uit onderzoek blijkt dat het maken van een theorie-praktijkkoppeling cruciaal is bij het ontwikkelen van het vakmanschap van de student. Op de pabo in ‘s-Hertogenbosch is materiaal ontwikkeld waardoor studenten makkelijker deze koppeling gaan maken. Een nieuw ontworpen voorbereidingsformulier voor leeractiviteiten geeft richting. Studenten leggen hierin zowel vakinhoudelijke als vakdidactische verantwoording af (waarbij ze de kennisbasis Nederlandse taal gebruiken) over lessen die ze op stage geven. In dit formulier stellen ze naast een leerdoel ook een taaldoel vast. Studenten reflecteren op hun lessen door de filmpjes van de 10 van taal te gebruiken. Doel van de presentatie is om andere opleiders te inspireren.

Nanke Dokter

14u30

"En nu in rekentaal!" Talige ondersteuning bieden in een meertalige rekenklas.

In het afgelopen decennium is er in toenemende mate aandacht voor de rol van taal bij het leren van rekenen. Het ontwikkelen van “rekentaal” verdient vooral aandacht in meertalige klassen, maar is essentieel voor het inzichtelijk leren van alle leerlingen. Om deze rekentaalontwikkeling mogelijk te maken, is doelgerichte interactie nodig. Daar waar leraren in taalzwakke klassen soms geneigd zijn om taal te versimpelen, behoeft de ontwikkeling van rekentaal juist expliciete aandacht. In haar werkgroep laat Jantien Smit zien hoe een leerkracht de talige ontwikkeling die nodig is om lijngrafieken te beschrijven en te interpreteren, kan ondersteunen. Aan de hand van een videofragment worden taalondersteunende scaffolding-strategieën besproken. Ook worden in de lezing voorbeelden van taalgericht lesmateriaal getoond. De voorbeelden en inzichten zijn direct toepasbaar in de onderwijspraktijk. Aloys Ruitenbeek en Sylvia Bacchini: NT2 onderwijs in de eerste opvang aan vluchtelingenkinderen

Jantien Smit

14u30

Beoordelen en kiezen van jeugdliteratuur

Lezen is belangrijk, dat vinden we allemaal. Het liefst zien we onze leerlingen en onze studenten met een tas vol literaire schatten die hun wereld vergroten. In de praktijk is het echter niet altijd eenvoudig om dat ideaalbeeld te realiseren, dat weten we ook. Onze begeleiding is heel belangrijk in het keuzeproces, maar hoe help je leerlingen bij het kiezen van boeken die zij graag willen lezen? Boeken die hen net een beetje verder laten kijken dan hun eigen wereld? Boeken die ervoor zorgen dat ze volgende week nóg een boek willen lezen? In deze workshop gaat u aan de slag met het beoordelen en kiezen van jeugdliteratuur. Na afloop heeft u enkele handvatten gekregen voor uw eigen onderwijspraktijk.

Marijke Potters en Margriet Smits

14u30

De roman in Amsterdam. Literatuur over domeingrenzen heen

“Wat moeten we toch veel doen!” Je hoort het leerlingen mompelen, je ziet er docenten Nederlands onder lijden. Al die vakonderdelen in die paar uurtjes per week proppen, hoe krijgen we het voor elkaar? Het literatuurproject De roman in Amsterdam, vorig jaar ontwikkeld en uitgevoerd in havo 4, profiteert juist van de verscheidenheid van ons vak door leerlingen in een paar weken een zeer afwisselend programma voor te schotelen waarin een roman die zich grotendeels afspeelt in Amsterdam de hoofdrol speelt. Ze lezen het werk in groepjes, verdelen schrijfopdrachten binnen de groep, lezen relevante zakelijke teksten en maken, na een bezoek aan de boeklocatie en een workshop over filmdocumentaires, hun eigen documentaire over het gelezen werk. De rol van de docent is voornamelijk begeleidend. Havo 4 enthousiast aan de slag met vrijwel alle examendomeinen, het blijkt mogelijk.

Walter Oussoren

14u30

Het stimuleren van de ontwikkeling in en door interactie

In deze presentatie wil ik met u onderzoeken hoe de visie van pedagogisch medewerkers (pm’er) en leerkrachten van invloed is op hun interactie met kinderen. Naar aanleiding van interactiefragmenten uit de praktijk demonstreer ik hoe een ontwikkelingsgerichte en een traditionele visie op opvoeding en ontwikkeling van kinderen een gesprek tussen de pm’er/leerkracht beïnvloedt en wat de gevolgen van die verschillende interactiepatronen zijn voor de ontwikkeling van kinderen. Vervolgens zullen we bespreken wat (aanstaand) pm’ers en leerkrachten nodig hebben om de ontwikkeling van kinderen in interactie met elkaar te stimuleren.

Nynke van der Schaaf

14u30

Het vijffasenmodel – Leerlingen begeleiden bij het schrijven

Het is van groot belang dat leerlingen leren hun ideeën, gedachten en gevoelens schriftelijk helder te verwoorden. In de praktijk is het soms lastig om leerlingen te leren hoe ze die op kunnen schrijven in begrijpelijke taal. Tijdens deze workshop wordt een procesgericht vijffasenmodel besproken, waarmee leraren hun schrijfonderwijs zó kunnen vormgeven dat leerlingen schrijven leuker gaan vinden, zich competenter voelen en betere teksten produceren. Met veel concrete voorbeelden en praktische tips.

Linda Geerlings (2)

14u30

Hoe effectief zijn universitaire toelatingsvoorwaarden voor internationale studenten?

Het is anno 2017 heel normaal om internationale studenten met een andere moedertaal niet zomaar toe te laten tot universitaire studies. Bijna overal ter wereld worden talige criteria gebruikt om te beslissen of deze studenten zich kunnen inschrijven. Een dergelijk beleid berust op de veronderstelling dat een bepaald taalniveau nodig is om succesvol te kunnen deelnemen aan het academisch leven, en die veronderstelling is ondertussen zo ingeburgerd dat ze nauwelijks in vraag gesteld wordt. Toch blijft het goed om zelfs de meest courante praktijken kritisch te bevragen. Tijdens deze lezing bekijken we dan ook in hoeverre de Vlaamse talige toelatingscriteria empirisch onderbouwd kunnen worden. We bekijken de taalvoorwaarden vanuit de perspectieven van de beleidsmakers, de professoren en de studenten.

Bart Deygers

14u30

Lesgeven aan NT2 studenten in het mbo

Zijn de mbo opleidingen haalbaar voor anderstaligen met een laag taalniveau? In principe wel, mits tijdens het traject structureel aandacht wordt besteed aan vakgerichte en algemene taalontwikkeling. Daarbij moet de anderstalige student in staat zijn en gemotiveerd zijn om de taal te leren. Ervaring leert dat deelname aan een beroepsopleiding de participatie en integratie vergroot, de taalontwikkeling versnelt en het totale traject (van inburgering naar instroom op de arbeidsmarkt) verkort. In deze workshop doen wij voorstellen waar mbo instellingen rekening mee moeten houden bij de instroom. van vluchtelingen, hoe instellingen hen een passend aanbod kunnen doen en laten we zien en welke leerroutes mogelijk zijn

Tiba Bolle en Inge van Meelis

14u30

Mag ik u onderbreken?

Een interactieve lezing over hoe je persoonsvorming (subjectificatie) van leerlingen kunt stimuleren binnen de vakles Nederlands. Uit diverse rapporten, van onder andere de Onderwijsraad, Vereniging Hogescholen en OnsOnderwijs2032, komt naar voren dat goed onderwijs drie doelen behoort te dienen: overdragen van kennis en vaardigheden, aandacht voor socialisatie én aandacht voor persoonsvorming (subjectificatie). Dit laatst doeldomein wordt vanuit het onderwijs omarmd en erkend als een relevant en waardevol doel. Tegelijkertijd roept dit doel ook vragen op. Wat verstaan we precies onder persoonsvorming, of subjectificatie zoals dit doeldomein ook wordt genoemd? Hoe besteed je aandacht aan het stimuleren van de persoonsvorming binnen een vakles? Tijdens deze interactieve lezing zijn bovengenoemde vragen leidend en krijgt u antwoorden waarmee u zelf aan de slag kunt. Deze antwoorden komen voort uit een aanzet tot een onderzoek naar de vraag: hoe creëer je ruimte binnen de vakles Nederlands voor het verschijnen van subjectiviteit bij leerlingen?

Joke van Balen

14u30

Michel Pijpers, Onderwijs-ict: Spielerei vorbei

Niemand wordt leraar omdat hij graag met computers werkt. Nu het device langzaam een vaste plaats in het onderwijs krijgt, wordt het tijd dat een computer je wat oplevert. Nu krijg je vooral meer administratieve werkzaamheden en beperken de applicaties zich vaak tot spelvormen om de motivatie verhogen. Gemak, tijd en inzicht werden ons door de computerpioniers voorgespiegeld. In deze presentatie zie je aan de hand van KWIZL.eu hoe werken met heldere doelstellingen en formatieve, gemetadateerde toetsen het eigenaarschap voor het leren bij leerlingen legt, terwijl de leraar eigenaar van zijn onderwijs blijft/wordt. Onderwijs-ICT die echt gemak, tijd en inzicht oplevert.

Michel Pijpers

14u30

Taalkundige concepten in het grammaticaonderwijs

Het grammaticaonderwijs binnen het schoolvak Nederlands is al decennialang onderhevig aan veel kritiek. Een van de voornaamste kritiekpunten is dat het gebaseerd is op ezelsbruggetjes en controlevragen en niet op concepten uit de moderne taalkunde. Veel van die concepten zouden juist kunnen bijdragen aan een verhoogd grammaticaal inzicht. In deze workshop bekijken we welke concepten volgens taalkundigen gebruikt zouden moeten worden om het grammaticaonderwijs te verrijken. Aan de hand van concrete voorbeelden verkennen we de meerwaarde van een conceptuele benadering van grammaticaonderwijs.

Jimmy van Rijt

15u50

Debatteren: effectief werken aan alle aspecten van mondelinge taalvaardigheid

In deze workshop staat debatteren als lesmethode centraal. De effectiviteit van deze werkvorm wordt door de wetenschap onderstreept: leren debatteren zorgt voor betere taalvaardigheid, een verhoogd kritisch denkvermogen en meer zelfvertrouwen. Daarom past de methode zowel bij Nederlands, Maatschappijleer als Burgerschap. In de workshop introduceren we hoe je gestructureerde, ontspannen en leuke debatten in de klas kunt voeren – bijvoorbeeld aan de hand van de stellingen bij onderwerpen van Nieuwsbegrip. Bovendien hebben we aandacht voor de praktische kant: hoe organiseer je een les, hoe beoordeel je leerlingen en hoe houd je de tijd in toom? Tot slot bespreken we welke vervolgstappen je in Nederland en Vlaanderen kunt zetten om te leren doceren in debatteren. Kinderen en jongeren die vraagtekens durven zetten, daar worden we blij van!

Else van Nieuwkerk en Conny Ettema

15u50

Determinanten van d/t-fouten bij universiteitsstudenten: de rol van geslacht, vooropleiding en faculteit

Het effect van homofoondominantie – méér fouten op de laagfrequente homofoon (bv. word) dan op de hoogfrequente (bv. wordt) – werd getest in zes universitaire faculteiten (bachelor 2). De nadruk lag niet zozeer in de replicatie van dat effect maar op de impact van persoonsgebonden factoren op het aantal homofoonfouten. We weten reeds welke mentale processen de fouten veroorzaken. We weten echter niet of kenmerken van de schrijver het aantal homofoonintrusies bepalen. Het effect van Sekse, Studierichting aan de middelbare school en Studierichting aan de universiteit werden bestudeerd. Globaal maken meisjes significant minder homofoonintrusies dan jongens. Uitgesplitst naar studierichting aan de universiteit maken meisjes die Taal – en Letterkunde studeren significant minder fouten dan meisjes in alle andere studierichtingen; bij jongens is er geen verschil. Een taalgerichte opleiding aan de middelbare school heeft geen effect, een wetenschapsgerichte opleiding leidt tot minder d/t-fouten.

Dominiek Sandra

15u50

Genredidactiek in de vakken: een ontwerpgerichte studie in het hbo

Taalgericht vakonderwijs wordt aanbevolen om de taalvaardigheid van studenten binnen de vakken te stimuleren. Echter, deze vorm van geïntegreerd onderwijs wordt nog maar weinig ingezet en onderzocht in de context van het hoger onderwijs. In deze bijdrage rapporteren we over een ontwerpgerichte studie in de Nederlandse hbo-context, waarbij genredidactiek als vorm van taalgericht vakonderwijs is ingezet. Het doel hiervan was om te verkennen hoe genredidactiek, als vorm van taalgericht vakonderwijs, kan bijdragen aan de vakspecifieke schrijfvaardigheid van hbo-studenten. De studie werd uitgevoerd binnen het professioneel gerichte vak Evenementenorganisatie. Er werd een genredidactische schrijfinterventie van zeven weken ontwikkeld op basis van de onderwijsleercyclus, die vervolgens werd ingezet door een vakdocent. Voor en na de interventie maakten studenten (N=13) een schrijfopdracht in het doelgenre bij wijze van voor- en nameting. Tijdens de interventie werd na elke les de video-opname teruggekeken en geëvalueerd om zo de daaropvolgende les goed te kunnen afstemmen op het leerproces van studenten. Uit alle lesopnames, lesevaluaties en interviews met de vakdocent voorafgaand en na de interventie tezamen bleek het potentieel van genredidactiek in de vakken. De resultaten van de voor- en nametingen van studenten lieten daarnaast een significante verbetering in vakspecifieke schrijfvaardigheid zien.

Cindy Kuiper

15u50

Grammatica, Literatuur en Lego

Nogal wat studenten van de bacheloropleiding lager onderwijs vinden grammatica moeilijk en lastig en overbodig. Zicht krijgen op eigen leesvoorkeuren en Literatuur is een uitdaging voor hen en geregeld twijfelen ze aan de zin ervan. “Dat hebben we toch niet nodig in het lager onderwijs? Dat is toch iets voor vervolgonderwijs?”, denken ze dikwijls en opperen ze soms luidop. Daarnaast vinden vele mensen binnen en buiten het onderwijs het zinvol onderzoekend in het leven te staan en creatief uitdagingen aan te pakken. Binnen deze werkwinkel wil ik met woord- en zinsleer aan de slag gaan en tegelijkertijd bruggen slaan naar literaire kwaliteiten van teksten. Ik wil met de deelnemers de volgende oefening maken: vanuit woord- en zinsleer zicht krijgen op bepaalde literaire kwaliteiten van teksten en op hun eigen leesvoorkeur. Legoblokken maken daarbij een aantal zaken aanschouwelijk en scherpen het taalbeschouwelijk vermogen van taalleerders aan.

Hilde van den Bossche

15u50

Lesmodule 'Verborgen Familieverleden': Research & schrijven als een proces van goudwinning, van grondstof tot eindproduct

Leerlingen die online en offline op zoek gaan naar sporen van dode bloedverwanten om op basis van de gevonden informatie op creatieve wijze een verhaal te schrijven. Daar draait het om in de lesmodule ‘Verborgen Familieverleden’. Tijdens HSN-30 (Gent 2016) vertelden de initiatiefnemers, journalist/schrijver Ferdi Schrooten en docent/onderzoeker Jeroen Clemens, al over opzet en voortgang van deze vorm van vernieuwend en betekenisvol onderwijs. Inmiddels zijn de resultaten beschikbaar en kan worden teruggekeken op de oogst, de motivatie én de lessen, op twee scholen, in een lange variant van enkele maanden en een turboversie van iets meer dan een week. Zij spiegelen het project ‘Verborgen Familieverleden’ daarbij aan het proces van goudwinning, van grondstof tot eindproduct. Een proces dat bepaald niet eenvoudig is en doorgaans menig te nemen horde kent, gepland en onverwacht. Maar de eindresultaten – zowel wat betreft bronnenonderzoek, onlinegeletterdheid als het geschreven eindproduct – zijn niet zelden prachtig, indringend, verrassend en ontroerend. In een aantal gevallen is zelfs sprake van juweeltjes met een aardig literair karaat, die de gebruikelijke schrijfproeven in meerderlei opzicht ontstijgen. We tonen een aantal voorbeelden van verhalen van leerlingen en hun genesis. Tot slot discussiëren we over de vraag of dit project ook elders zou kunnen en moeten worden ingezet.

Ferdi Schrooten en Jeroen Clemens

15u50

Literatuuronderwijs voor ouders (van morgen).

Het literatuuronderwijs in Vlaanderen blijkt erg vaag, maar heeft als hoofddoel het stimuleren van leesplezier. De leerling zou een grote inspraak moeten hebben in het eigen leesvoer, maar dat blijkt niet altijd het geval. De introductie van de methode Witte – in Nederland reeds langer bekend – is de zoveelste stap in een meer leerlinggericht literatuuronderwijs. Uit een grootschalig (Vlaams) onderzoek blijkt echter dat het leesplezier en leesgedrag van jongeren door andere parameters wordt beïnvloed dan het al dan niet zelf mogen kiezen van een eigen boek. De ouders van onze schoolgaande jeugd blijken een verregaande invloed uit te oefenen op hun leesgedrag. Wat kunnen we doen om de ouders van nu en morgen warm te maken voor literatuur?

Dennis Van der Kuylen

15u50

NT2 onderwijs in de eerste opvang aan vluchtelingenkinderen

In onze presentatie laten we een opzet en werkwijze zien voor het NT2 onderwijs in de eerste opvang aan kinderen (veelal van vluchtelingen) die nog geen verblijfsstatus hebben. In deze situatie verblijven kinderen gemiddeld zes weken, maar dat kan ook korter of langer duren. Per dag kan het aantal kinderen in de klas variëren en de leeftijden en (taal)vaardigheden van de kinderen zijn zeer verschillend. Hoe kun je dan adequaat lesgeven? Welke lesstof kun je dan het beste geven en hoe kun je dat onderwijs zó organiseren dat ieder kind leert, ook als het maar één dag in je groep is? Vanuit deze vragen hebben we in de praktijk de opzet van een zes weken durend lesprogramma uitgedacht, met naast de verwerving van een Nederlandse basiswoordenschat ook een aanbod van sociale vaardigheid, schoolse (taal)vaardigheid en structurele elementen als zinsbouw, morfologie, functiewoorden en uitspraak. In onze presentatie laten we films zien van de lessen, geven we uitleg waarom we welke keuzes gemaakt hebben en gaan we daarover met elkaar in discussie.

Aloïs Ruitenbeek & Sylvia Bacchini

15u50

Naar een schrijfvaardige mbo-professional. Schrijfvaardigheid in een beroepsopleiding en een train-de-trainerstraining

Schrijfvaardigheid is een complexe vaardigheid. Binnen professionele communicatie speelt schrijfvaardigheid een belangrijke rol en door het toenemend gebruik van ‘nieuwe media’ neemt die rol alleen maar toe. In het onderwijs komt schrijfvaardigheid er vaak maar bekaaid vanaf. Als er in het onderwijsprogramma al ruimte is voor schrijfvaardigheid dan gaat de aandacht vaak voornamelijk uit naar het schrijfproduct: de geschreven tekst. Om schrijfvaardigheid binnen de mbo-opleidingen (secundair beroepsonderwijs) de aandacht te geven die het verdient, is voor het kenniscentrum Taal en Rekenen van Zadkine/Albeda in Rotterdam een training opgezet en uitgevoerd waarin docenten/taalexperts leren hun collega’s binnen het ROC (Regionaal Opleidingencentrum) te trainen in schrijfvaardigheid: een train-de-trainerstraining met de titel: naar een schrijfvaardige mbo-professional. In deze bijeenkomst volgen we de verschillende onderdelen van de training: hoe ziet schrijfvaardigheidsonderwijs er nu meestal uit? Wat is schrijven en waarom is dat een complexe vaardigheid? Wat zou een zinvolle didactiek voor het leren schrijven in een beroepsopleiding zijn? Hoe zou een schrijfvaardigheidsleerlijn in een beroepsopleiding er dan uit kunnen zien? Tot slot wordt de overstap gemaakt naar de train-de-trainerstraining voor mbo-taalexperts: hoe ziet een train-de-trainerstraining er dan uit?

Wilma van der Westen (1)

15u50

Vol van Lezen – Over het werken met kinderboeken in plaats van de methode

In de praktijk wordt het leesonderwijs steeds technischer. Lezen wordt uiteen gehaald in losse deelvaardigheden. Kinderen leren (technisch en begrijpend) lezen maar worden steeds minder een lezer. Daar wordt het taalonderwijs niet beter van! De steeds grotere aandacht voor expliciet woordenschatonderwijs wordt deels ook veroorzaakt doordat kinderen de rijke taal in boeken steeds meer missen. Die taal helpt bij het verwerven van een goede mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid! Tijdens de workshop worden actuele wetenschappelijke inzichten rond goed taalonderwijs naast praktische werkvormen met en rond kinderboeken toegelicht en toegepast! Er wordt getoond dat het werken met kinderboeken ook in plaats van de methode plaats kan vinden. Daarbij zijn wel specifieke kennis en vaardigheden bij de leerkracht noodzakelijk…

Martijn Hensgens

16u50

Competentieprofiel van een taalontwikkelende docent. Nuttig of overbodig?

Het taalbeleid van de HvA is gestoeld op taalontwikkelend onderwijs (TOO). De belangrijke vragen zijn natuurlijk wat onderwijs dan taalontwikkelend maakt, welk gedrag een taalontwikkelende docent vertoont en op welke manier dat verschilt van gewone didactiek. Op deze vragen hebben wij antwoorden gezocht en deze antwoorden hebben wij verwerkt in een profiel, mede op basis van good practices in het hoger onderwijs en een literatuurstudie. Na een korte toelichting over de inhoud en de totstandkoming van het profiel, gaan we graag in gesprek over of er nog elementen zijn die we over het hoofd hebben gezien en of en op welke wijze dit profiel inzetbaar is in het hoger onderwijs.

Marike Kwakman en Bas van Eerd

16u50

Een goed boek is de beste taalmethode: leesplezier in het vmbo

Vrijetijdslezen levert een grote bijdrage aan de ontwikkeling van taalvaardigheid. Voor zwakke lezers geldt dit nog sterker dan voor goede lezers. Alle reden dus om in te zetten op het vmbo, een onderwijstype waar leesproblemen veel voorkomen. In deze presentatie horen en zien de deelnemers aan de hand van sprekende voorbeelden uit jeugdboeken hoe lezen bijdraagt aan de taalontwikkeling. Vervolgens krijgen de deelnemers inspiratie voor hun eigen lespraktijk naar aanleiding van de ervaringen die inmiddels zijn opgedaan in het kader van de zogenoemde Kopgroep-scholen, die een doelgericht werk maken van leesbevordering in het vmbo.

Kees Broekhof

16u50

Hoe begrijpen en lezen beginnende literatuurlezers poëzie in vergelijking met proza? Over hun tekstbegrip, leesaanpak en leeservaringen.

Minder ervaren literatuurlezers vinden (redelijk) complexe gedichten vaak ontoegankelijk en ondoorgrondelijk, wat een negatieve impact heeft op hun waardering ervan. Tegelijkertijd weten we weinig van de manier waarop deze lezers poëzie lezen en begrijpen. Een eerste studie bevestigde dat onze respondenten, 22 eerstejaars studenten aan de bacheloropleiding tot leraar Nederlands, significant minder begrepen van de gedichten dan van de prozateksten. Uit interviews met een sterke, een gemiddelde en een zwakke lezer werd dit beeld bevestigd. Ook bleek dat juist (passages uit) de gedichten emoties, associaties en waardering uitlokten. Juist (passages uit) de gedichten nodigden uit tot (herhaaldelijk) herlezen. Opvallend was dat de leesaanpak voor poëzie en proza dezelfde was en de respondenten over een beperkt vocabulaire beschikten om deze te verwoorden.

Corina Breukink

16u50

Leren schrijven met de nakijkcommissie

Schrijven is een erg belangrijke, zo niet de belangrijkste, vaardigheid om leerlingen adequaat voor te bereiden op een wetenschappelijke opleiding. Iedere docent Nederlands weet dat intensief schrijfonderwijs vaak een torenhoge werkdruk voor de docent oplevert. De kilometers die een leerling zou moeten schrijven om een goede schrijver te worden, worden vaak niet gemaakt (of wel gemaakt en niet gezien) omdat het voor de docent een onwerkbare situatie oplevert. Mijn jarenlange zoektocht naar een werkbare situatie voor de docent in combinatie met een krachtige leeromgeving voor de leerling, waar zelfverantwoordelijkheid en zelfsturing een belangrijke rol hebben, heeft geresulteerd in een experiment met nakijkcommissies in de vierde klas van het gymnasium. In deze good practice deel ik heel graag mijn bevindingen. Hoe was de opdracht opgebouwd? Wat zijn de voorwaarden om succesvol met een nakijkcommissie te kunnen werken? Wat moet de docent nog wel doen, maar ook: wat doet de docent juist niet meer? Reken niet op veel minder werk, maar wel op veel meer plezier en voldoening!

Nienke Nagelmaeker

16u50

Lettertypes met stemmetjes

Kinderen worstelen met luidop lezen in de klas. In het onderwijs is expressief lezen een ondergewaardeerd onderdeel van de algemene leesvaardigheid. De focus bij leren lezen ligt vooral op nauwkeurigheid en tempo. Wetenschappelijke studies hebben nochtans uitgewezen dat leesvaardigheid niet enkel door deze twee factoren bepaald wordt. Hoewel kinderen prosodie – dat is de expressie die woorden extra betekenis geeft – bij conversaties gebruiken, ontbreekt in elke neergeschreven taal informatie over de bedoelde prosodie. Visuele prosodie betekent hier in het jargon weergeven van expressie door middel van lettertypes. Voor dit onderzoek werden drie lettertypes ontwikkeld die expressie kunnen weergeven. De lettertypes werden met succes getest bij lagereschoolkinderen. De studie rond ‘visuele prosodie’ wordt tot op heden gefinancierd door Microsoft Advanced Reading Technologies (USA).

Ann Bessemans

16u50

Literatuur, een zaak van belang

Waarin zit de waarde van literatuur en dus literatuuronderwijs? Het is een oude vraag die we telkens opnieuw moeten durven te stellen en waarop elke tijd zijn eigen antwoord moet formuleren. In deze presentatie vertrekken we van het idee dat literatuur een vorm van kennis is naast andere kennisvormen zoals wetenschappelijke verklaring, historische feiten, filosofische stellingen. Als vorm van kennis wordt literatuur gekenmerkt door complexiteit, verbeelding en talige creativiteit: literaire teksten staan in een gelaagde dialoog met de omringende werkelijkheid. Die dialoog wordt daar vaak niet geëxpliciteerd zoals in theoretische of filosofische teksten, maar wel door de lezer beleefd. Door een korte blik op drie teksten uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis (middeleeuwen, vroegmoderne tijd, hedendaagse periode) willen we laten zien hoe literatuur de complexiteit van een maatschappelijk gegeven verheldert. Onze casus is de thematiek van vluchtelingen en migratie, een actueel thema dat in Renout van Montalbaen, Bredero’s Spaanschen Brabander en Ilja Leonard Pfijffers La Superba in zijn veelkantigheid getoond wordt.

Lars Bernaerts en Kornee van der Haven

16u50

Project algemene vakken en beroepsgerichte vakken: sla de handen in elkaar! Focus op expliciete instructie, functionele taaltaken en effectieve feedback.

Uit de laatste resultaten van de peilingsproeven PAV (project algemene vakken) alsook de IALS-, PIAAC- en PISA-resultaten zien we dat leerlingen slecht scoren op functionele taalvaardigheid (kunnen omgaan met documenten in het dagelijks leven, instructies op de werkvloer opvolgen …). Hoe komt het dat we hierop geen antwoord geven? Biedt het veld voldoende geïntegreerde opdrachten om die leerlingen voor te bereiden op de arbeidsmarkt? Krijgen ze voldoende taakgerichte of zelfgestuurde opdrachten die hen met beide benen stevig in de wereld en op de werkvloer doen staan? Functionele taalvaardigheid van jongeren in (D)B(U)SO is cruciaal: een sterkere verbinding tussen het werkveld, het latere leven en de plaats die de school hierin inneemt dringt zich op. Aan de hand van taal samen werken aan een inclusieve maatschappij. Hoe verhogen we geletterdheid bij onze leerlingen? Op welke manier kunnen we ervoor zorgen dat feedback effectief geletterdheid kan optimaliseren? Wordt er voldoende rekening gehouden met mediatiecriteria als randvoorwaarde voor leren? Formatieve evaluatie met feedback geven als motor voor leren, over PAV en BGV (beroepsgerichte vakken) heen, verhoogt het geletterdheidsniveau van leerlingen. Wat betekent dit concreet in de praktijk? Hoe krijgen we onderwijs(des)kundigen zover dat dit inherent deel uitmaakt van de klaspraktijk? Welke rol spelen directies hierin? We geven een aantal voorbeelden vanuit PAV samen met BGV waar taal een prominente plaats krijgt. Gerichte feedback- en ook coachingsgesprekken in functie van onderwijsloopbaanbeleid komen hierbij aan bod. Informatie opnemen, verwerken en gebruiken is een (digitale) competentie bij leerlingen. Kiezen voor een inclusieve maatschappij is een gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid. Vlot kunnen omgaan met taal, cijfers en grafisch gegevens en gebruik kunnen maken van computers en multimedia zorgt ervoor dat alle burgers klaar zijn voor de uitdagingen van de toekomst. Bovendien draagt het bij tot het zelfbeeld, de omgang met anderen, hoe elkeen zich voelt, hoe flexibel je als burger in het leven staat, …

Isabelle Janssens

16u50

Samenwerking tussen bibliotheek en pabo: een meerwaarde voor nascholing literaire gesprekken!

Literaire gesprekken zijn een zinvol alternatief voor begrijpend lezen. Interpretatie en beleving versterken elkaar namelijk als de leerlingen hun persoonlijke leeservaringen met elkaar uitwisselen. Dit is een van de conclusies van het promotieonderzoek van Gertrud Conelissen naar de uitwerking van literaire gesprekken op de literaire competentie. De Nieuwste pabo is in samenwerking met bibliotheek de Domijnen dit jaar gestart met een nascholing voor leraren in het basisonderwijs om deze gesprekken in te voeren. In deze presentatie geven wij, leesconsulent/leesbevorderaar Maddy Caris en onderzoeker Gertrud Cornelissen, uitleg over de inhoud en opzet van deze nascholing. In de bijeenkomst ervaren de lezers de werking van een literair gesprek, ze krijgen handvatten om literaire gesprekken uit te voeren en ideeën voor de opzet van een nascholing voor leraren in het basisonderwijs.

Gertrud Cornelissen en Maddy Caris

16u50

Vluchtelingen in het mbo

Zijn de mbo-opleidingen haalbaar voor anderstaligen met een laag taalniveau? In principe wel, mits tijdens het traject structureel aandacht wordt besteed aan vakgerichte en algemene taalontwikkeling. Daarbij moet de anderstalige student in staat zijn en gemotiveerd zijn om de taal te leren. Ervaring leert dat deelname aan een beroepsopleiding de participatie en integratie vergroot, de taalontwikkeling versnelt en het totale traject (van inburgering naar instroom op de arbeidsmarkt) verkort. In deze workshop doen wij voorstellen waar instellingen rekening mee moeten houden bij de instroom van vluchtelingen, hoe instellingen hen een passend aanbod kunnen doen en laten we zien en welke leerroutes mogelijk zijn.

Tiba Bolle en Lies Alons