13u00

D.0.08

Huwelijk van rollenspel en tablets op een bedje van lichte literatuur

Veel leerlingen lezen niet graag boeken, maar online hebben ze nog nooit zoveel gelezen als vandaag. Als ze zo veel bezig zijn met gamen, internetten en Facebooken, hoe kunnen we daar in de lees- of literatuurles dan ons voordeel mee doen? Hoe vermijden we vooral dat 12- tot 15-jarigen alle plezier in lezen kwijtspelen, zoals nu vaak het geval is?
Een projectgroep en studenten van de Artesis-Plantijn hogeschool en de Universiteit Antwerpen ontwikkelden een vernieuwende leesaanpak met een E. De E van elektronica maar ook de E van emotie. De basis: vijf grote principes die leesplezier bij jongeren sti-muleren. Het middel: nieuwe media.
Met de gloednieuwe online tool rpg.neejandertaal wordt lezen niet enkel leuker voor le-zers, schrijven wordt ook leuker voor schrijvers. Maak zelf verhalen met intrigerende zijvertakkingen of klik beeld, geluid of uitleg vast aan woorden in je tekst.

Jan T’Sas

9.30

E.0.12

De moedertaal als taalkapitaal in meertalig onderwijs

Leerlingen die thuis geen Nederlands spreken, leren de taal vooral op school. Hun moedertaal levert in dat proces niet alleen problemen, maar ook kansen op. Leraren weten weinig van de moedertalen van hun leerlingen, maar als je weet dat het Turks geen onderscheid kent tussen ‘hij’ en ‘zij’, begrijp je beter waarom Turkse leerlingen dat moeilijk vinden. En als je weet dat de Poolse en Nederlandse hoofdzinnen dezelfde volgorde hebben, kun je dat benutten in de Nederlandse les. Taalkundigen en onderwijsexperts ontwikkelden samen een webapp (www.moedint2.nl) die docenten helpt moedertaalspecifieke problemen en kansen te herkennen en benutten. De app biedt daarbij stimulerende en interactieve lesactiviteiten. Hoe passen deze binnen de recente inzichten op het gebied van functioneel veeltalig leren? Wat is de meerwaarde van het expliciet maken van taalverschillen? Op deze vragen krijgt u een antwoord tijdens de presentatie.

Sterre Leufkens & Jantien Smit

09u30

E.0.04

Goed gebekt: motiverend en zichtbaar leren spreken in de lespraktijk

Je houdt een presentatie van … minuten over …Hoe vaak horen leerlingen dat wel niet per jaar? En wij van Nederlands leren hen dan wel wat presenteren is. Doen wij dat? Wat komt er allemaal kijken bij een goede presentatie? Hoe kun je leerlingen bewust maken van zaken als houding, stemgebruik en woordkeus? En hoe kun je leerlingen elkaar daarin feedback laten geven? Vier docenten Nederlands bogen zich het afgelopen jaar over deze vragen in een docentenontwikkelteam (DOT) onder begeleiding van Anneke Wurth, die onderzoek doet naar (peer-)feedback bij spreekvaardigheidsonderwijs en docentenop-leider is aan de Universiteit van Leiden. Wij vertellen u graag over de lessenserie die wij samen ontworpen hebben op basis van inzichten van diverse onderzoekers.

Jolieke Piët en Sigo Hoekstra

09u30

D.0.05

Begrijpend lezen bij 15-jarige leerlingen: is er een verband met leerling-, leerkracht- en/ of schoolfactoren?

De voorbije tijd kon je er niet omheen in de media; het niveau begrijpend lezen van onze Vlaamse leerlingen is dramatisch gedaald. In deze discussie gaat het niet enkel over het basisonderwijs (denk maar aan de vele artikels over de PIRLS-studie), ook het secundair onderwijs komt ter sprake. Uit het internationaal vergelijkend PISA-onderzoek blijkt immers dat 17,1% van de 15-jarige leerlingen niet de noodzakelijke vaardigheden rond begrijpend lezen bezit. Deze vaststelling vormde het startschot voor deze studie, met als doel een zo breed mogelijk beeld op te bouwen van de factoren die samenhangen met de leesvaardigheid van leerlingen uit het derde jaar secundair (voortgezet) onderwijs. Denk maar aan de leesmotivatie van de leerlingen, hun leesstrategiegebruik, de manier van les-geven en het leesbeleid op school. Ongeveer 2500 leerlingen uit 29 scholen namen deel aan deze studie. In deze workshop zullen de resultaten van de studie worden getoond, waarna er voldoende ruimte zal zijn voor eigen ervaringen omtrent dit onderwerp en sug-gesties voor vervolgonderzoek.

Kim Vanammel

09u30

D.0.07

Creatief schrijven aan de hand van literaire begrippen

Hoe kan het dat leerlingen vaak heel goed in staat zijn om literaire begrippen te leren en te reproduceren, maar veel moeite hebben met de toepassing van die begrippen bij de analyse van een literaire tekst? En nog belangrijker: hoe kunnen we leerlingen helpen om hun literaire analysecompetentie te vergroten? Creatief schrijven kan een van de oplos-singen zijn.
Ik deed onderzoek naar het mogelijke effect van creatief schrijven op het vergroten van de literaire analysecompetentie bij leerlingen uit 4 havo. Daarnaast ontwikkelde ik de lessenserie ‘creatief schrijven aan de hand van literaire begrippen’, waarin leerlingen zelf auteur zijn en worden uitgedaagd om het literaire begrippenapparaat toe te passen.
In mijn presentatie wil ik graag mijn onderzoeksresultaten, de lessenserie, mijn ervaringen met de lessenreeks en mijn enthousiasme over de effecten ervan met jullie delen.

Fannie Pielage

09u30

E.0.04

Hoe sterk zijn die ‘sterke’ werkwoorden eigenlijk?

In het Nederlands zijn er twee manieren om de verleden tijd te vormen. De zogenaamde ‘sterke’ werkwoorden veranderen van stamklinker (zing-zong), terwijl de zogenaamde ‘zwakke’ werkwoorden de/te toevoegen aan de stam (speel-speelde). Niet alle zwakke werkwoorden zijn echter altijd zwak geweest, noch alle sterke altijd sterk. Vooral een drift naar de ‘default’ zwakke vervoeging was (en is nog steeds) duidelijk merkbaar, hoewel niet voor alle werkwoorden in even grote mate. Terwijl vaarde, waaide en houwde steeds vaker hun sterke equivalenten voer, woei en hieuw vervangen, hoor of lees je vormen als blijfde, loopte en neemde bijna nooit. Waarom is dat zo? Deze studie volgt de evolutie van de sterke werkwoorden vanaf het Oudnederlands doorheen de eeuwen en kijkt welke factoren dit kunnen verklaren. Onder andere frequentie, klinkerpatroon van het werkwoord, homonymie en semantiek komen aan bod.

Isabeau De Smet

09u30

E.0.06

Praktijkgericht onderzoek naar betekenisvol leren met verhalen

Verhalen spelen op veel manieren een rol in het onderwijs. Ze helpen om onderwijs zinvol en betekenisvol voor leerlingen te maken. Door verhalen worden leerinhouden verdiept, leren leerlingen zichzelf kennen en leren ze zich inleven in anderen. In de leerroute expert taal/dyslexie van de Master Educational Needs zijn we een onderzoeksgroep gestart waarin we ons middels praktijkgericht onderzoek afvragen op welke manieren verhalen kunnen worden ingezet om onderwijs betekenisvol te maken. In deze presentatie vertellen we over onze bevindingen en laten we praktische voorbeelden zien van het werken met verhalen in relatie tot leesmotivatie en wereldoriëntatie in het basisonderwijs. We gaan in op eigen verhalen van kleuters, van SBO-leerlingen en van hbo-studenten.

Miriam Limpens & Erna van Koeven

09u30

E.0.11

Taalbewust en taalontwikkelend lesgeven in het hbo: hoe werkt dat voor vakdocenten?

Taalbewust en taalontwikkelend lesgeven in het hbo krijgt de laatste jaren meer aandacht. Maar hoe kijken de ervaren (vak)docenten hier eigenlijk tegenaan? Een belangrijke voor-waarde voor het kunnen uitvoeren van betekenisonderhandeling met studenten over inhoud is dat (eerst) het taalbewustzijn en de taalontwikkeling van docenten zelf dient te worden bevorderd. Maar hoe bewust zijn zij van hun manier van lesgeven en hoe kunnen ze deze praktische kennis van taal integreren in hun vaklessen? In deze workshop gaan we hierover
in gesprek met de aanwezigen op basis van onze recent afgeronde promotieonderzoeken (mei en juni, 2018).

Fenna Swart & Cincy Kuiper

09u30

D.0.08

Video-verhalen bij viral filmpjes

Tijdens deze presentatie maak je kennis met de werkvorm ‘video-telling’, waarbij je een YouTube-filmpje inzet. Je maakt bij deze werkvorm gebruik van de verbeeldingskracht van leerlingen bij een kort verhaal. De opbrengst is veelzijdig: leerlingen formuleren hun mening, ze vergroten hun luistervaardigheid en woordenschat en er is aandacht voor mediawijsheid. Ook kunnen leerlingen zelf aan de slag met schrijven en spreken. De aantrekkelijkheid van de werkvorm wordt daarnaast voor een groot deel bepaald doordat het aansluit bij de wereld van de leerlingen.

Marieken Pronk & Masja Mesie

10.30

E.0.12

Lees- en schrijfplezier vergroten? Gebruik een fragment uit een Wablieftboek!

De Wablieftboeken zijn geschreven in duidelijke taal opdat anderstalige adolescenten en volwassenen geen kinderboeken hoeven te lezen. Ze bevatten originele verhalen van ongeveer 65 pagina’s. Er zijn beeldboeken gemaakt voor de lagere niveaus en boeken voor de hogere niveaus. De sessie bestaat uit twee delen. Allereerst maak ik tijdens deze presentatie tijd om kennis te maken met het Wablieftboekenaanbod.

Het tweede deel van de workshop zit boordevol tips om lees- en schrijfplezier bij een anderstalig publiek verhogen. Je krijgt een aantal tools aangereikt om het lezen en schrijven bij cursisten te stimuleren. Mits hier en daar een kleine tip of wijziging kunnen veel van deze werkvormen aangepast worden aan een lagere of hogere module of aan cursisten die sneller dingen oppikken of net meer tijd nodig hebben.
Dit doen we op basis van de gratis lespakketten van Wablieft.

Charlotte Heremans

10u30

E.0.04

Taalkunde in de klas

Taalkunde in het curriculum wint aan populariteit in Nederland. In de workshop besteed ik aandacht aan de beschikbare bronnen voor docenten en leerlingen, bespreek ik mijn eigen praktijkvoorbeelden en wissel ik met de aanwezigen good practices uit.

Sven Kruizinga

10u30

E.0.06

(Beginnende) geletterdheid in stageklassen van pabostudenten

Tweedejaars pabo-studenten hebben aan de hand van de Checklist Speerpunten Taallijn (Van Elsäcker e.a., 2013, 6e druk) de geletterdheidsactiviteiten in hun stageklassen in kaart gebracht. Welke punten uit de checklist zijn aanwezig in de klassen en waar liggen mogelijk aandachtspunten om het aanbod aan geletterheidsactiviteiten in deze klassen met kinderen van 4-6 jaar een positieve impuls te geven? In deze presentatie gaan we hier naar kijken.

Aletta Kwant & Dory Hofstede

10u30

D.0.08

Aan de slag met Vlogboek: concrete lestips voor leesportfolio, luister- en kijkvaardigheid

Leerlingen motiveren voor het leesportfolio is niet altijd makkelijk. In deze sessie geven we enkele concrete en enthousiasmerende lesideeën – uitgetest in de derde graad ASO – die vertrekken van de Vlogboeken die Jörgen Apperloo maakt. Zelf zegt hij daarover: “Leerlingen in de bovenbouw hebben vaak geen idee wat ze moeten kiezen om te lezen. Ik wilde ze een middel bieden dat ik zelf leuk vind om te maken en hen daarbij helpt.” De aanpak van Apperloo is bezield en geestdriftig en sluit perfect aan bij verschillende leesniveaus. Bonus: wie het slim aanpakt, kan dankzij de filmpjes literatuur- en vaardig-heidsonderwijs combineren. Het leesportfolio van de 21ste eeuw.

Hans Dewijngaert

10u30

D.2.01

De rol van taal(leraren) in de GIP of het profielwerkstuk.

Hoe dikker de afgewerkte GIP-bundel, hoe harder de leerling gewerkt lijkt te hebben. Daaruit volgt heel vaak ook: hoe harder de leerkracht Nederlands of PAV gewerkt heeft. Vaak krijgen deze vakken een prominente rol in het proces van de GIP, wat op zich best kan en vaak heel nuttig is. Het is dan ook een geïntegreerde proef, een proef waarin de leerling kan aantonen dat hij of zij (een deel van) de vakken uit de opleiding beheerst en de kennis en vaardigheden tot een betekenisvol geheel kan verbinden. En net daar wringt soms het schoentje. Hoe betekenisvol is een dikke bundel vol doorlopende tekst voor pakweg een GIP houtbewerking? Is een schriftelijk eindproduct altijd noodzakelijk? De brochures over de GIP van de verschillende onderwijskoepels in Vlaanderen geven daar een duidelijk antwoord op. Neen, maar het kan. In deze sessie verkennen we mogelijkhe-den om GIP en taal op een functionele manier te verbinden met aandacht voor de rol van de leerkracht Nederlands of PAV binnen dat proces.

Ann Sofie Viaene

10u30

E.0.04

Moven of bewegen in taal?

Als een leerling een interessante uitdaging aangaat, voelt hij zich geprikkeld om stap voor stap eigen talenten aan te wenden om het doel te bereiken. Het is aan de leraar om, als aanmoedigende coach aan de zijlijn, alle tools aan te reiken om samen met de leerling de communicatieve uitdaging tot een goed einde te brengen.

Tijdens dit proces wordt nagegaan of de leerling een goede koers vaart of extra ondersteuning nodig heeft. De lessen bieden een mogelijkheid tot differentiatie zowel op cognitief vlak als op het vlak van didactische werkvormen, eigen interesses en talenten.

In de workshop focussen we op verschillende taalregisters. Het uitgangspunt is een werkwoord (bewegen) en een beeld. Hiermee kunnen we een waaier aan leerkansen aanbieden.
– Respectvol leren discussiëren met anderen om het Nederlands en alle variëteiten van het Nederlands te ontdekken.
– Leren in welke communicatiesituaties je welk taalregister gebruikt.
– Met taal creatief experimenteren binnen een welbepaalde communicatieve situatie.

De leraar die zijn leerlingen leert omgaan met taal in authentieke situaties zal de talige kennis, de vaardigheden en attitudes van zijn leerlingen verbeteren.

Ria Van der Mueren & Vicky Aerts

10u30

D.0.07

Oude literatuur en nieuwe media: MOOC Middelnederlands in de les

De samenleving digitaliseert in ijltempo en de academische wereld blijft niet achter. Sinds kort is er MOOC Middelnederlands, een reeks educatieve filmpjes over de hoogte-punten uit onze middeleeuwse literatuur, zoals Karel ende Elegast en Reinaert de vos.
De filmpjes zijn gemaakt door een team van meer dan 35 professoren en onderzoekers uit Vlaanderen en Nederland en zijn erop gericht om leerlingen en studenten warm te maken voor onze oudste Nederlandse letterkunde.
In deze sessie wordt aandacht geschonken aan het recente fenomeen van de MOOC, oftewel: de Massive Open Online Course en de manier waarop men MOOC Middelne-derlands kan inzetten in het onderwijs.

Wouter Haverals

10u30

E.0.11

Wie zegt dat studenten zwak zijn in schrijven? Op zoek naar een emanciperende schrijfpedagogie voor hoger beroepsonderwijs

In deze workshop voeren we een werkvorm uit die je met studenten kunt doen in het kader van zakelijk schrijven. Ook bespreken we de schrijfpedagogie waarvan deze werkvorm een voorbeeld is.
De onhandigheid en desinteresse die studenten ervaren als ze teksten moeten schrijven voor de latere beroepspraktijk staat in schril contrast met de animo en trefzekerheid waarmee ze schrijven over dingen in hun dagelijkse leven. Schrijven over zaken waar ze iets van weten geeft moed en zin om schrijfconventies uit latere beroepspraktijken te on-derzoeken en uit te dagen.
En dus zoeken we al schrijvend naar de juiste woorden om onze gevoelens en gedachten uit te drukken. En gaan we beroepje spelen: we schrijven vanuit verschillende functies en (machts)posities, variërend in toon (En nu overdreven brutaal), inhoud (Maak het eens expres vaag), structuur (Begin eens andersom) en – last but not least – kijkend naar spel-ling en grammatica.
Ik ambieer een competentiegerichte, emancipatoire schrijfpedagogie voor het hoger be-roepsonderwijs waarin studenten niet zozeer leren om te voldoen aan normen voor be-staande tekstgenres en schrijfconventies maar om in te schatten wat de consequenties zijn als ze afwijken van die normen (Wat riskeer ik als ik dit zo zeg? Heb ik dat ervoor over?).

Marleen Claessens

10u30

E.0.07

Zin in leren! Zin in leven!, een geïntegreerd leerplan voor taalvaardigheid

Zin in leren! Zin in leven (https://zill.katholiekonderwijs.vlaanderen/#!/) is het ‘geïntegreerd’ leerplankader in Vlaanderen voor alle katholieke basisscholen. Het kader vertrekt van ontwikkeling van leerlingen via persoonsgebonden en cultuurgebonden ontwikkeling. Binnen de tien beschreven ontwikkelvelden vind je het ontwikkelveld taalontwikkeling.
Na een korte inleiding gaan we via een praktijkvoorbeeld en stellingen in discussie over de kansen en valkuilen voor de talige ontwikkeling van leerlingen in een dergelijk geïntegreerd kader.

Bart Masquiellier

10u30

D.0.05

‘Dus het kan niet fout zijn?’ Een lessenserie creatief schrijven voor leerlingen in de bovenbouw havo/vwo.

In 2016 ben ik met een NWO-lerarenbeurs gestart met mijn promotieonderzoek naar het effect van creatief schrijven in het voortgezet onderwijs. Voor dit onderzoek hebben we met docenten Nederlands van twee verschillende scholen in het schooljaar 2016-2017 een lessenserie creatief schrijven ontwikkeld voor 4 havo/vwo: het Schrijflab. Deze lessenserie hebben we het afgelopen schooljaar gegeven in 7 verschillende 4 havo/vwo-klassen. Het hoofddoel van de lessenserie was om leerlingen te leren korte creatieve verhalen te schrijven en om verhalen en verhaalfragmenten te herschrijven tot een creatievere versie. Leerlingen werden geholpen om ideeën te genereren doordat er een steeds terugkerende divergerende denkfase door de lessenserie heenloopt. In mijn presentatie zal ik vertellen hoe de lessenserie tot stand is gekomen, voor welke leeractiviteiten en schrijfopdrachten we hebben gekozen en wat de ervaringen van de leerlingen en docenten zijn.

Anouk ten Peze

11u00

Auditorium Q

Erhan Demirci gunt je een blik achter de schermen van Brussel, onthult de geheimen van de straat en vertelt op hilarische wijze hoe we als Vlaming het beste kunnen overleven in deze multiculturele stad

Erhan Demirci

12u00

E.0.04

De LitLab Leesclub: herkennend en onderzoekend lezen in een interactieve gespreksvorm

In 2016 werd LitLab gepubliceerd, een digitaal laboratorium voor literatuuronderzoek op de middelbare school. De site bevat inmiddels elf ‘Proeven’ waarin bovenbouwleerlingen kennis kunnen maken met onderzoek naar Nederlandstalige literatuur in brede zin. Doel van de site is om leren onderzoeken een plek te geven binnen het schoolvak Nederlands en om de verbinding tussen de universitaire Neerlandistiek en het schoolvak te versterken. In aanvulling op de Proeven wordt in 2018 een alternatieve werkvorm ontwikkeld en geëvalueerd onder docenten en leerlingen: de Leesclub. Deze Leesclub biedt een digitale en interactieve spelvorm waarmee leerlingen in een groepje over een gelezen roman leren praten aan de hand van virtuele kaartjes met discussievragen. Uitgangspunt is dat in deze gesprekken niet alleen ruimte is voor herkennend of belevend lezen, maar ook voor ‘onderzoekend’ lezen. In deze workshop demonstreren we de Leesclub, lichten we de betekenis en het belang van onderzoekend lezen toe, evenals de relatie tot vergelijkbare initiatieven, en doen we verslag van eerste ervaringen in de praktijk. Tot slot doen we een suggestie voor de inzet van de Leesclub in het kader van de Inktaap Literatuurprijs, waarmee LitLab samenwerkt. Zie ook: www.litlab.nl/leesclubs

Feike Dietz & Lucas van der Deijl

12u00

D.0.07

De kunst van het onderwijzen. College over de veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs in zeven axioma's

De literatuur is haar dominantie en vanzelfsprekendheid kwijtgeraakt, ook in het onderwijs. De literatuur raakt ook steeds meer lezers kwijt. Bovendien wordt het literatuuronderwijs in de media nogal eens onder vuur genomen. Toch is er genoeg reden om optimistisch te blijven. Optimisme dat gevoed wordt door de enorme pedagogisch-didactische potentie van literatuur en door docenten die erin slagen om het vak in al zijn pracht aan leerlingen te tonen.

Theo Witte

12u00

E.0.04

Grammaticaspelletjes

In een Docentontwikkelteam (samen met Liesbeth Stolk-Pronk en Peter-Arno Coppen) hebben wij in het jaar 2017-2018 grammaticale spelletjes ontworpen. We wilden de schoolgrammatica dichter bij de leerlingen brengen door ze te laten spelen met het bouwen van zinnen, en daardoor verwondering te wekken, en aan te zetten tot reflectie op woordsoorten en zinsdelen. Veel leraren gebruiken al visualisaties en spelvormen, maar vaak zonder veel theoretische onderbouwing. Onze spelletjes, die we uitgeprobeerd hebben in onze eigen klassen (van onderbouw vmbo en V2/H3 tot bovenbouw havo/vwo), zijn gebaseerd op centrale concepten als congruentie, valentie en woordsoorten. Het resultaat is een collectie van spelletjes, variërend van een grammaticaal kaartspel (Woordjoker) tot varianten op Memory, Boggle, en een semantische-rollenspel. De spelletjes zijn op een basaal niveau te spelen om het effect dat de leerlingen ‘bezig zijn met taal,’ maar ze bieden ook allerlei aanknopingspunten voor reflectie op woordsoorten, zinsdelen, grammaticaliteit en betekenis

Josje Melis & Donna van der Hulst

12u00

E.0.07

De achteruitgang in begrijpend lezen toegelicht vanuit het PIRLS-onderzoek

In december 2017 zetten de resultaten van het PIRLS2016-onderzoek de Vlaamse onderwijswereld op haar kop. Uit deze internationale studie (Progress in International Reading Literacy Study) bleek immers dat onze leerlingen in het vierde leerjaar lager onderwijs allesbehalve uitblinken voor wat begrijpend lezen betreft. Met een gemiddelde score van 525 punten behaalden ze slecht een 32e plaats in de ranking van 45 landen. Dat staat bovendien gelijk aan een duik van 22 punten ten opzichte van de deelname in 2006. De zoektocht naar mogelijke verklaringen verloopt lastig. Voorzichtige bedenkingen worden wel gemaakt bij het leesplezier van de leerlingen en bij de rol van de leerkracht en de ouders. Tijdens deze presentatie willen we dit ingewikkelde kluwen verder ontrafelen en op zoek gaan naar mogelijke remedies om het begrijpend lezen in de basisschool te versterken.

Bieke De Fraine

12u00

D.0.05

Een nieuwe aanpak voor schrijfstijlonderwijs in het secundair/voortgezet onderwijs

Leerlingen van klas 3 en hoger (havo / vwo) volgen lessen ‘stijl en formuleren’. Ze krijgen dan meestal theorie over een set ‘standaardfouten’ (foute samentrekkingen, foute tautologieën etc.) en ze gaan oefenen met zinnen-met-fouten. Samen met een ontwikkel-team van acht docenten en onder begeleiding van Kees de Glopper (RUG) onderzoek ik andere mogelijkheden voor schrijfstijlonderwijs. We behandelen schrijfstijl in de context van schrijfgenres, zoals de column, de zakelijke brief en het betoog. We laten leerlingen nadenken over de effecten van verschillende schrijfstijlen. Leerlingen experimenteren met schrijfstijlen en reflecteren op gemaakte keuzes. Zo dragen lessen schrijfstijl bij aan taalbewustzijn.

In deze workshop bespreek ik ontwerpprincipes voor nieuwe lessen schrijfstijl, en ik be-spreek praktische en beproefde lesideeën. We eindigen met een pittige kwestie. Het aan-strepen van stijlfouten in opstellen en werkstukken is niet zo moeilijk. Maar hoe beoordeel je eenduidig of de schrijfstijl van leerlingen functioneel en geslaagd is? Een afgerond antwoord hebben we nog niet, maar we kunnen er al wel enkele verstandige dingen over zeggen.

Jeroen Steenbakkers

12u00

D.2.01

Mediawijs in de taalles

Mediawijsheid is het nieuwe lezen en schrijven. Tijdens deze workshop ligt de focus op online geletterdheid en online tekstbegrip in het beroepsonderwijs. Welke berichten op Facebook zijn waar, en welke niet? Hoe betrouwbaar zijn internetbronnen eigenlijk? Si-tuaties waar studenten vaak mee te maken hebben in hun dagelijks leven en in de schoolse context, maar waarover ze zichzelf niet vanzelfsprekend vragen stellen. Er zijn veel verschillen tussen online teksten en teksten op papier: hoe kun je online lezen als docent benutten om van je studenten betere lezers te maken? Je ervaart werkvormen waarin on-line lezen en het kritisch gebruik van bronnen centraal staan en waarbij de student bewust wordt gemaakt van wat hij al weet en nog moet leren om mediawijs door het leven te gaan. Middels onze handvatten voor je didactiek, wordt jouw les Nederlands een media-wijze taalles.

Miryam de Hoo

12u00

D.0.08

Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen

‘Stop met spelen, ga aan het werk!’ Een leerling die in de klas zit te spelen, wordt snel tot de orde geroepen. Spelen is echter hard werken. Gamers falen 80% van de tijd, maar ga-mes krijgen het voor elkaar dat spelers het na de zoveelste GAME OVER opnieuw probe-ren. Kan een game ingezet worden om leerlingen net zo te motiveren voor het aanleren van lesstof?

Tijdens een eerdere editie van de HSN werd het prototype van Taal Telt gepresenteerd, een digitaal woordenschatspel. Gameprincipes als directe feedback, zichtbare voortgang en spelen onder tijdsdruk moeten leerlingen motiveren om zelf actief hun woordenschat uit te breiden. Deze presentatie geeft inzicht in de ontwikkeling van een nieuw spel: TaalTwister. Hoe ziet dat eruit? Welke functionaliteiten heeft het? En hoe vind je een balans tussen motivatie en leerrendement?

Marcella Veldthuis & Pia Niemeijer

12u00

D.0.08

Positief aan de slag met de meertalige realiteit op school

Feit 1: leren is nieuwe verbindingen leggen in de hersenen. Taal leren dus ook. Feit 2: om een tweede taal te leren, gebruiken we allemaal onze moedertaal. Dus: wanneer anderstalige nieuwkomers Nederlands beginnen te leren, kunnen we als onderwijsprofessionals niet anders dan ook de verbinding met hun moedertaal te zoeken, willen we het natuurlijke proces van taal leren erkennen. Het functionele gebruik van de moedertaal is niet alleen een belangrijk hulpmiddel voor het leren van Nederlands en het verwerven van schoolse inhouden maar zorgt ook een hogere graad van welbevinden. We kennen sinds Rosenthal al lang de sterke effecten van welbevinden op leren. Positief inspelen op de meertalige realiteit op school is mogelijk en steunt op een aantal belangrijke pijlers: aandacht voor de beginsituatie van leerlingen en de ouders, werken aan een meertalige attitude op school – ja, ook op de speelplaats – en een functionele meertalige attitude in de klas. De presentatie focust zich op de realisatie van bovenstaande pijlers.

Sofie Coenen

12u00

E.0.06

Taalonderwijs vormgeven met teksten

Het taalonderwijs in het basisonderwijs vormgeven aan de hand van het werken met tek-sten. Goed geïntegreerd en passend bij de doelgroep raken kinderen enthousiast om met taal (mondelinge taal / schriftelijke taal / taalbeschouwing) aan het werk te gaan.
Een mooie manier van werken, waar studenten en docenten in het basisonderwijs in de praktijk mee aan de slag kunnen.

Wies Boschma

12u00

E.0.11

vo-hbo: aan de slag met taalbeleid!

Taalbeleid als continuüm in het Hoger Onderwijs is, in de Rotterdamse context, nog geen vanzelfsprekendheid. Vaak worden in diverse lagen van de onderwijsorganisatie initiatie-ven opgezet, maar de verankering hiervan lijkt soms nog te ontbreken. Een gedegen taal-beleid is vervlochten in de vakinhoud en het curriculum van opleidingen en wordt onder-steund door passende docentenvaardigheden en professionalisering. De recent verschenen publicatie Vo-hbo: aan de slag met taalbeleid! (Van den Heuij e.a., 2018), geschreven in het kader van het samenwerkingsverband ‘Samen werken aan een betere aansluiting vo-hbo’, onderbouwt en beschrijft hoe een taalbeleid, dat zich richt op de aansluiting vo-hbo, geformuleerd kan worden. In deze presentatie zullen wij de huidige stand van zaken in de Rotterdamse context toelichten en onze ervaringen delen rondom het formuleren van taalbeleid in het Hoger Onderwijs.

Kirsten van den Heuij

13u00

E.0.11

Duurzaam meertalig hoger onderwijs voor de office-expert van morgen

De opleiding Office Management aan de Erasmushogeschool Brussel voelde enkele jaren geleden de nood om in het internationale Brussel nog sterker in te zetten op de taalkennis (Nederlands, Frans, Engels en eventueel een vierde taal) van toekomstige Office Mana-gers. Ook wilde de opleiding een hedendaags antwoord bieden op de uiteenlopende taal-niveaus van een hoofdzakelijk meertalige studenteninstroom. Tegelijk kon er niet geraakt worden aan de algemene en beroepsspecifieke niet-taalvakken. Zo kwam CLIL (Content and Language Integrated Learning) al snel in beeld. De opleiding heeft hier sinds 2013 i.s.m. prof. Piet van de Craen (VUB) ervaring in opgebouwd en is zo een van de voorlo-pers van CLIL in het professioneel hoger onderwijs. Tijdens de presentatie worden zowel de theoretische achtergrond als concrete implementatie en ervaring belicht. Een eerste kleinschalig onderzoek toont alvast aan dat de studenten de taalaanpak waarderen en zich beter voorbereid voelen op het werkveld.

Piet van de Craen & Bea De Pauw

13u00

D.0.05

Improvisatietheater spelen om spreekangst te verminderen

Als we in de les willen werken rond spreekvaardigheid en dramatische expressie, hebben we daar vaak (soms moeilijke) teksten voor nodig, of vragen we de leerlingen om tekst voor te bereiden. In deze workshop leren we hoe we leerlingen zonder deze drempels toch kunnen laten spreken voor een groep.
We gaan actief aan de slag met werkvormen die de leelringen uitdagen om voor een groep te spreken, zonder dat ze voorbereiding of tekstmate-riaal nodig hebben. Zo zijn deze oefeningen bruikbaar voor elke richting en elk niveau.
We gebruiken eenvoudige improvisatietechnieken om de leerlingen te laten spreken, en besteden daarnaast ook aan lichaamstaal, verbale en non-verbale communicatie en mimiek. Op deze manier werken we ook actief aan de spreekdurf van leerlingen.
Tijdens de interactieve workshop proberen we deze oefeningen zelf uit, zodat ze later in de eigen les inzetbaar zijn. Ervaring met improvisatie of theater is niet vereist.

Bart Devos

13u00

E.0.11

Oriënt: een serious game academische woordenschat voor studenten hoger onderwijs

Hogescholen en universiteiten doen steeds meer inspanningen om beginnende maar ook doorstromende studenten taalvaardiger te maken. Onderzoek heeft uitgewezen dat woor-denkennis een significant effect heeft voor academisch succes. Een gerichte en uitdagen-de training in de vorm van een serious game (= een belangrijke stimulus) zal studenten helpen om hun kennis van academische woorden uit te breiden. Vooral zwakkere taal-leerders hebben baat bij intentioneel en expliciet woordenschatonderwijs, omdat zij on-voldoende gebruik kunnen maken van incidentele en impliciete woordleersituaties. In de game maken de leerlingen via zestien verschillende soorten oefeningen kennis met woor-den op receptief, productief en strategisch vlak. Er wordt gebruik gemaakt van authentie-ke contexten uit kranten en tijdschriften en van afbeeldingen en foto’s, die bijdragen tot het woordbegrip. Een serious game kan aantrekkelijk en motiverend zijn, maar moet ech-ter ook effecten opleveren en ook daarover wordt er onderzoek gedaan.

Guido Cajot & Jan Coenegrachts

13u00

E.0.12

Taaldiversiteit en integratie, de uitdaging voor Brussel.

Brussel is een stad die wordt gekenmerkt door een lange geschiedenis van taalconflicten tussen beide traditionele gemeenschappen. Het politieke systeem is het resultaat van de pacificatie van deze conflictsituatie. Het huidige model weerspiegelt de taalsituatie van de stad vóór 1960, toen de gehechtheid aan een van de traditionele taalgroepen vanzelfsprekend leek. Het onderwijs vormde een van de basispijlers van dit (integratie)beleid. Tegenwoordig heeft meer dan de helft van de bevolking een migratieachtergrond. De veranderende samenstelling van de bevolking heeft uiteraard een impact op de taalsituatie en het beleid. Deze presentatie wil een beeld schetsen van de huidige taaldiversiteit en de impact ervan, zowel op de communicatie in het dagelijks leven als op de dienstverlening, in het bijzonder het onderwijs. Tenslotte wordt ingegaan op een aantal belangrijke uitdagingen en op de link tussen taal en integratie binnen een grootstedelijke context.

Rudi Janssens

13u00

D.0.08

Alfabetiseren van niet-gealfabetiseerde anderstalige jongeren tussen 12 en 18 jaar.

De vluchtelingenstroom wordt de laatste jaren gekenmerkt door een toegenomen aandeel niet-gealfabetiseerde anderstalige jongeren. Ze kunnen niet lezen en schrijven in de moedertaal. Een succesvolle schoolcarrière is voor deze doelgroep geen evidentie. Om aan hun noden tegemoet te komen, werd een servicedocument alfabetisering ontwikkeld want…

“Goed leren lezen is een mensenrecht” (Lyon, 2001).

In de vorm van een gedocumenteerd stappenplan wil het servicedocument leraren ondersteunen bij het alfabetiseren van niet- gealfabetiseerde jongeren tussen 12 en 18 jaar.

Binnen een ontwikkelcommissie kwam het servicedocument tot stand dankzij een netoverschrijdende samenwerking tussen GO! (onderwijs van de Vlaamse Gemeen-schap), OVSG (stedelijk en gemeentelijk onderwijs), POV (provinciaal onderwijs) en VUB (Vrije Universiteit Brussel). De resultaten van een praktijkgericht onder-zoek (Carbone, 2015) in de opleiding Master Special Educational Needs (Fontys, Nederland), werden gehanteerd om het document inhoudelijk en structureel mee vorm te geven.

Tijdens de presentatie zal naast het servicedocument ook het alfabetiseringstraject worden toegelicht, zoals dit wordt aangeboden in OKAN VOX Pelt (Vlaanderen).

Eveline Carbone

13u00

D.0.07

Creëer je eigen poëzie-canon. Op weg naar een wetenschappelijke basis voor poëziedidactiek.

Niet alle leerlingen zijn geboeid door het lezen van poëzie, maar hoe kan je als leerkracht ervoor zorgen dat jouw leerlingen toch poëzie gaan appreciëren? Wij onderzochten welke factoren de intrinsieke motivatie voor het lezen van poëzie bepalen: personalia, onderwijstype, kennis van literaire begrippen, cognitieve vermogens, en motivationele variabelen. Daarenboven gaat men ervan uit dat er zes niveaus in het lezen van romans bestaan, maar geldt dit ook voor het lezen van poëzie? We probeerden deze vragen te beantwoorden door 270 leerlingen uit de laatste graad van het secundair onderwijs te bestuderen. We ontdekten o.a. dat er slechts drie niveaus in de appreciatie van het lezen van poëzie bestaan, en dat onderwijstype, leeftijd, geslacht en afkeer van moeilijke teksten deze appreciatie verder bepalen. Kennis van literaire begrippen en cognitieve vermogens spelen dus geen rol. Op basis van deze onderzoeksresultaten zullen we tijdens deze sessie de deelnemers leren hoe ze zelf een poëzie-canon kunnen samenstellen die bij leerlingen de intrinsieke motivatie voor het lezen van poëzie stimu-leert en die leerkrachten direct in hun eigen klaspraktijk kunnen inzetten.

Jordi Casteleyn

13u00

E.0.06

Digitaalkit, een online schrijfhulp voor startende leraren lager onderwijs

Vinden jouw studenten het ook moeilijk om kwaliteitsvolle professionele teksten te schrijven?

Bij een bevraging over schrijfvaardigheid gaven heel wat studenten én leraren lager onderwijs aan dat ze graag ondersteuning willen bij:
– het schriftelijk evalueren van leerlingen (rapportteksten);
– het schrijven van brieven en e-mails aan ouders;
– en het formuleren van schriftelijke instructies voor leerlingen (op werkbladen).

Daarom ontwikkelden we in het kader van een PWO-project de Digitaalkit, een website die (startende) leraren lager onderwijs ondersteunt bij de drie eerder genoemde schrijf-taken. De Digitaalkit biedt verschillende vormen van ondersteuning (voorbeeldteksten, testjes, schrijftips, filmpjes van schrijvende leerkrachten) en geeft de mogelijkheid om via digitale feedbackgroepen feedback te vragen aan andere gebruikers. De Digitaalkit is helemaal klaar en gratis te gebruiken.

Tijdens deze workshop verkennen we het gebruik van de Digitaalkit en gaan we in ge-sprek over mogelijkheden om deze online schrijfhulp in te zetten in de lerarenopleiding.

Martien Geerts

13u00

D.0.07

Een nieuwe benadering van literatuuronderwijs? Kritisch interpreteren in de literatuurles

Dat docenten hun leerlingen kritisch moeten leren denken wordt alom bepleit: vooraan-staande filosofen benadrukken het belang ervan voor het voortbestaan van de democratie. Onderwijsbeleidsmakers verkondigen niet aflatend het credo dat leerlingen die niet ge-leerd hebben kritisch te denken grote moeite zullen hebben de uitdagingen van de 21 eeuw aan te kunnen. Meer in het bijzonder adviseerde de commissie Meijerink in 2009 dat literatuurlessen kinderen moeten stimuleren ‘kritisch te reageren en te reflecteren’ op literaire teksten. Probleem is wel dat nergens goed staat omschreven wat dat kritisch den-ken dan inhoudt en vooral hoe je het dan zou kunnen stimuleren in de les…
In deze presentatie zal Martijn Koek deze wat- en hoe-vraag bespreken. Hij vertelt over de achtergrond, uitwerking en resultaten van een lessenserie literatuur en kritisch denken, die hij ontwikkelde in het kader van zijn promotieonderzoek. Als tipje van de sluier deze spontane leerlingreactie: “We hebben pas dit jaar, in de vierde klas, bij de literatuurlessen, écht leren nadenken.”

Martijn Koek

13u00

E.0.06

Eerste hulp bij jeugdliteratuur. Op weg naar een aanpak om de literaire competentie van de pabostudent te vergroten en zo de lessen aan kinderen op de basisschool te verdiepen.

Sinds 1996 is er sprake van een vergaande ontlezing. Het wegvallen van de bereidwillig-heid om te lezen heeft zich ook vastgezet in de lerarenopleidingen. Leraren zijn steeds slechter voorbereid als het gaat om het aanbieden van jeugdboeken aan kinderen. Zij zijn veelal nauwelijks bekend met de diversiteit van het aanbod en zijn zoekende als het gaat om het voeren van verdiepende gesprekken met kinderen rond boeken.
Tijdens deze workshop krijgt u een kort inkijkje in het onderzoek. Daarna zal geëxperi-menteerd worden met oefeningen, die ook voorgelegd zijn aan de experimentgroep in het onderzoek en volgt er een kort gesprek over verdiepend lezen en het effect op de culture-le ontwikkeling van de docent en zijn leerling.

Petra Moolenaar

13u00

E.0.07

Effectief aanvankelijk leesonderwijs

De belangrijkste taak van de leerkracht in groep 3 is ervoor te zorgen dat de leerlingen leren lezen. De vraag is alleen hoe kan een leerkracht dat het beste doen? Met andere woorden wat weten we uit onderzoek over effectief aanvankelijk leesonderwijs en wat betekent dat voor het onderwijs?
Tijdens deze presentatie wordt ingegaan op vier belangrijke componenten van effectief aanvankelijk leesonderwijs, namelijk: het belang van voldoende leestijd op het rooster, de kenmerken van een effectief aanvankelijk leesprogramma (het blokkenmodel), gelaagde differentiatie (het meer-lagen-model) en het volgen van de leesontwikkeling van de leerlingen.

Mirjam Snel

13u00

E.0.04

Hoe lezen leerlingen poëzie en wat betekent dat voor onze lessen?

Er is weinig bekend over hoe leerlingen in het voortgezet onderwijs poëzie lezen. Wat weten we over hun voorkeuren en over hoe zij omgaan met een gedicht? Is het eigenlijk helder wat leer-lingen moeten kunnen en weten?
In deze presentatie worden de (voorlopige) resultaten besproken van een promotieonderzoek naar de manier waarop leerlingen gedichten lezen. De aandacht gaat in eerste instantie uit naar de vraag in hoeverre het mogelijk is om te denken in leesniveaus, zoals die door Theo Witte zijn ontwikkeld voor het lezen van literair proza.
Vervolgens staat het daadwerkelijke leesgedrag van leerlingen centraal: wat doen zij als ze een gedicht voorgeschoteld krijgen? Wat kunnen we leren van hun houding en voorkeuren?
Ten slotte besteden we aandacht aan de implicaties voor het onderwijs: wat kunnen de verwor-ven inzichten betekenen voor de lesdoelen en voor de concrete invulling van een poëzieles?

Hans Das

13u00

E.0.07

Hoe ziet effectief leesonderwijs eruit?

Leesvaardigheid is een belangrijke vaardigheid in onze geletterde, 21ste-eeuwse kennissamenleving. De resultaten van de laatste PIRLS (2016) hebben met rede luide alarmbellen doen rinkelen in het Vlaamse onderwijs: in tien jaar tijd zijn onze leerlingen uit het vierde leerjaar (groep 6) van een van de hoogste sporten op de leesvaardigheidsladder naar een van de laagste getuimeld. Die dalende trend geldt overigens voor alle leerlingen, zowel voor de sociaal zwakkere als voor de sociaal sterkere leerlingen.

In deze sessie willen we een antwoord formuleren op de vraag ‘Wat kunnen we doen in ons onderwijs om de leesvaardigheid van onze leerlingen te verbeteren?’ De antwoorden halen we uit onze reviewstudie naar effectieve taalstimulering. In de reviewstudie brachten we de resultaten van verschillende meta-analyses en systematische reviewstudies samen rond effectief begrijpend leesonderwijs. De effectieve praktijken worden verduidelijkt aan de hand van voorbeelden.

Marieke Vanbuel

13u00

E.0.05

Lees- én schrijfplezier in de klas

Veel leerlingen vinden het leuk om voorgelezen te worden of om zelf te lezen. In schrijven hebben ze vaak minder plezier. Schrijfopdrachten, die meestal uit de taalmethode komen, vinden ze vaak saai of moeilijk.
Lezen en schrijven versterken elkaar, waardoor beide activiteiten gemakkelijker en interessanter worden. Door creatieve schrijfopdrachten aan leesbevordering te koppelen, maak je schrijven aantrekkelijker én leerzamer voor leerlingen.
In deze workshop wordt stilgestaan bij het creatieve schrijfproces en de coachende rol van de leerkracht/docent daarin. Aan de hand van praktische voorbeelden wordt een brug geslagen tussen leesbevordering en creatief schrijven in de midden- en bovenbouw van het basisonderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs.

Linda Vogelesang

13u00

E.0.04

Literatuuronderwijs voor de 21ste eeuw?

Het literatuuronderwijs staat zowel in het middelbaar als het hoger onderwijs voor grote uitdagingen. Na een kort overzicht van deze uitdagingen zullen de sprekers zich toespit-sen op concrete strategieën om kwaliteitsvol, relevant en aantrekkelijk literatuuronderwijs aan te blijven bieden. Meer bepaald worden enkele aan de UAntwerpen ontwikkelde on-derwijsprojecten voorgesteld. Komen zeker aan de orde:
– de ontwikkeling van een computergame op basis van de roman ‘De verwondering’ (1962) van Hugo Claus en omkaderend lesmateriaal
– het booktube-kanaal van de afdeling moderne Nederlandstalige letterkunde van de Uni-versiteit Antwerpen

Kevin Absillis & Gwennie Debergh

13u00

D.2.01

Nederlands geven zonder methode of handboek: het kan.

Bijna alle leraars hebben een haat-liefdeverhouding met hun methode of handboek. Ener-zijds biedt zo’n methode houvast en veiligheid, anderzijds zijn we snel verleid om zo’n methode slaafs te volgen. Daarnaast is de populatie in de grootsteden superdivers en gaat het concept van ‘ one-size-fits-all’ al lang niet meer op.
Vorig jaar besloot ik om niet langer met een methode te werken. Mijn leerplan is het ver-trekpunt, de onderwerpen worden vaak door de leerlingen voorgesteld. Er is veel aan-dacht voor procesevaluatie, gerichte feedback en een growth mindset. Dit lijken allemaal trendy onderwijstermen, maar vergis je vooral niet .. er wordt namelijk ook hard gestu-deerd. Harder dan voordien.

Tamara Stojakovic

13u00

D.2.01

Taal waaiert door de lessen. Leerlingen (en collega’s) activeren voor taal in de les.

Als leraar willen we niets liever dan dat onze leerlingen begrijpen en verwerken waar we in de les mee bezig zijn. In onze dagelijkse klaspraktijk merken we dat er een nieuwe lichting leerlingen voor ons zit: Generatie Z. Ze verschillen op een aantal punten van de vorige generaties in onze klassen en vaak bijna wezenlijk van onze eigen generatie. Het meest opvallende kenmerk van deze generatie is uiteraard hun beeldcultuur. Daarnaast zijn onze leerlingen ondernemend. Tot slot is diversiteit voor generatie Z de norm.

De ‘Waaier taalgericht vakonderwijs’ geeft concrete didactische tips om onze leerlingen te ondersteunen bij het verwerven van begrippen, bij het formuleren, bij het lezen en bij het actief aan de slag gaan. Deze tips werden geselecteerd vanuit hun effectiviteit om in te spelen op de talige noden van de leerlingen en dienen dus niet zomaar om de lessen op te leuken.

Laten we over de generaties heen van elkaar leren en resoluut kiezen voor het beste van beide werelden of ‘the best of both worlds’.

Gerd van Ael & Tim Binnemans

13u00

E.0.04

Taalkundig redeneren binnen de alfavakken

Waar bij het schoolvak geschiedenis de parate kennis meer op de achtergrond is komen te staan en juist hogere-ordedenkvaardigheden worden gestimuleerd, wordt de grammatica-didactiek in het schoolvak Nederlands al decennialang gedomineerd door ezelsbruggetjes, stappenplannen en grammaticaoefeningen die gericht zijn op het juiste antwoord. Leer-lingen in het voortgezet onderwijs worden zo nauwelijks uitgedaagd om taalkundig te redeneren. In de globaliserende wereld van de 21ste eeuw spelen hogere-ordedenkvaardigheden, zoals taalkundig redeneren, echter een steeds grotere rol. Binnen de huidige onderwijsontwikkelingen in de alfavakken is de ambitie dan ook steeds meer gericht op het stimuleren van bewuste geletterdheid, zoals ook naar voren komt in het manifest Nederlands op school. Daarnaast pleit de overheid voor de inzet van meer ict-middelen. De onderzoeksvraag luidt:
Op welke wijze kan de docent taalkundig redeneren met behulp van ict-middelen integre-ren in de grammaticadidactiek om bewuste taalvaardigheid te stimuleren?

Roy Dielemans

13u00

D.0.05

Vakoverschrijdend taalonderwijs

Als leerkracht Nederlands vond ik het soms moeilijk om een zoveelste creatieve en leuke opdracht die perfect aansloot bij de leefwereld van de leerlingen te verzinnen. Daarenbo-ven kreeg ik vaak de vragen: ‘Waarom moeten we dit doen? Wat is het nut hiervan?’
Ik heb dan besloten om samen te werken met collega’s uit zaak- en praktijkvakken. In mijn presentatie zal ik aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden het belang van vakoverschrijdend werken aantonen. Ik wil jullie duidelijk maken op welke manier je een aantal leerplandoelstellingen voor het vak Nederlands kan bereiken dankzij opdrachten die ze voor jouw collega’s moeten maken. Deze manier van werken zorgt voor een open sfeer binnen het lerarenkorps en toont de leerlingen meteen het nut van bepaalde leerstof-onderdelen en vaardigheden aan. Daarnaast vertrek je vanuit de interesse en/of nood van de leerlingen.

Sofie De Laat

13u00

E.0.04

Woordenschatdidactiek

“Denk niet aan een roze olifant.” En ja hoor, daar verschijnt hij al in beeld. Woorden zijn krachtige instrumenten die onze gedachten sturen. Te weinig kennis van woorden zorgt tegelijkertijd voor problemen. Woordenschat is bijvoorbeeld de belangrijkste factor voor tekstbegrip. Wat gebeurt er eigenlijk in ons brein als we woorden leren? En hoe kunnen we leerlingen hierbij begeleiden? In deze workshop maken we werk van woorden.

Tessa van Kemenade & Marieke Smit

14u00

E.0.12

Intensieve cursus (academisch) Nederlands voor student-vluchtelingen

Binnen het kader van het ‘Welcome Student Refugee Programma’ biedt de VUB sinds 2015 studenten met een vluchtelingenachtergrond de mogelijkheid universitaire studies aan te vatten of verder te zetten. Sinds het academiejaar 2017-2018 werd dit programma stevig uitgebreid op basis van de concrete noden van de studenten en werd een InCAMPUS-programma ontwikkeld: een voorbereidend programma dat student-vluchtelingen de benodigde taal- en studievaardighe-den wil bijbrengen om een universitaire opleiding succesvol af te ronden. Het programma bestaat onder andere uit Nederlandse en Engelse taalcursussen, voorbereidingscursussen rond on-derwijsmethodes en studievaardigheden, culturele oriëntatielessen en psychologische onder-steuning.

Deze presentatie focust op de taalcursus Nederlands die de studenten tot het vereiste B2-niveau wil brengen om te kunnen starten met universitaire studies in Vlaanderen. Binnen deze cursus wordt er vooral intensief gewerkt op alle aspecten van de Nederlandse taal. Daarnaast is er aan-dacht voor de specifieke onderwijscontext en de noden van de student-vluchtelingen. De taal-cursus biedt hen niet alleen een gerichte aanpak, maar ook uitdagingen en opportuniteiten.

Naast het International Relations and Mobility Office van de VUB (IRMO), werken zowel het Academisch Centrum voor Taalonderwijs (ACTO) als het Brusselse onthaalbureau (BON) van het Agentschap Integratie & Inburgering mee aan InCAMPUS.

Lien Doomst

14u00

E.0.04

‘Hoe erg is da ni da wij chatten op 3m van elkaar??’ Standaard en substandaard in het online taalgebruik van Vlaamse adolescenten

Online communicatie heeft een soort schrijftaalrevolutie met zich meegebracht: niet alleen wordt er veel meer geschreven door veel meer mensen, er wordt ook meer interactief en informeel geschreven. Dat laatste heeft het uitzicht van online schrijftaal sterk bepaald. De eigenheid van informele online communicatie kan grosso modo verklaard worden vanuit drie basisprincipes, die we de ongeschreven wetten van het ‘chatten’ kunnen noemen. Aan de hand van die basisprincipes analyseren we het online taalgebruik van Vlaamse adolescenten en meer bepaald de aanwezigheid van oude en nieuwe vormen van substandaardtaal. We besteden daarbij aandacht aan regionale en sociale taalvariatiepatronen. Als afsluiter presenteren we enkele resultaten van een studie naar de impact van de chatpraktijk op het spellingsgedrag van jongeren in schoolcontext.

Reinhild Vandekerckhove

14u00

D.0.05

Aan de slag met taal- en onderzoeksvaardigheden!

Onderzoeksvaardigheden en taalvaardigheden zijn nauw met elkaar verbonden. Het is van belang dat het onderwijs rondom het profielwerkstuk (PWS) is ingebed in de doorlo-pende leerlijn Nederlands/communicatie vo-hbo. Het PWS als scriptie op de havo.

Vanuit het samenwerkingsverband ‘Samen werken aan een betere aansluiting vo-hbo’ is Het Rotterdams PWS-model ontworpen vanuit de visie dat vo-leerlingen door het pro-fielwerkstuk kennismaken met de hbo-onderzoekslijn, -vaardigheden en -werkwijze in de propedeuse. Daarnaast krijgen ze inzicht in hun eigen handelen en functioneren binnen een groep en is er aandacht voor persoonlijke ontwikkeling, studie- en beroepskeuze en hbo-vaardigheden. Het Rotterdams PWS-model biedt ontwikkelaars van het profielwerk-stuk een uitgangspunt voor het vormgeven van een lesprogramma en op die vo-scholen waar het al ontwikkeld is, de mogelijkheid om dit aan te scherpen.

Tijdens de workshop bespreken we het model en bekijken we samen met de deelnemers hoe zij het in kunnen zetten op hun school.

Ellis Wertenbroek & Roelie van der Zouwen

14u00

E.0.04

Exotisch Nederlands: inzichten vanuit de cognitieve semantiek

Deze lezing behandelt het gebruik positie- en plaatsingswerkwoorden in het Nederlands, dat vaak erg problematisch is voor anderstaligen. In het eerste deel schets ik kort mijn cognitieve analyses van de positiewerkwoorden liggen, zitten en staan alsook de proble-men die Franstalige leerders van het Nederlands ondervinden om te komen tot een idio-matisch correct gebruik van deze werkwoorden. Vervolgens behandel ik kort het gebruik van liggen, zitten en staan in progressief constructies (in vergelijking met aan het V zijn). In een laatste deel bespreek ik kort het gebruik van gebaren (coverbal gestures) bij spatiale beschrijvingen, zowel door moedertaalsprekers als door (Frantalige) leerders.

Maarten Lemmens

14u00

E.0.05

Lezen doe je samen

Op heel veel scholen wordt het leesdossier afgesloten met een individuele mondelinge toets. Een arbeidsintensieve klus, zeker als je meerdere examenklassen hebt. Daarbij kun je je afvragen of het doel al die kostbare tijd heiligt, ondanks de pareltjes die er tussen zitten.

Op mijn school zijn leerlingen, vooral in de bovenbouw, gewend om jaarlijks een leeskringgesprek met elkaar te houden. Vanwege het succes daarvan is de sectie een paar jaar geleden gestart om deze setting ook te gebruiken voor het afsluitende mondeling.

Tot nog toe zijn ervaringen van docenten en leerlingen positief. De veranderde interactie draagt hieraan bij: in plaats van ondervrager is de docent nu vroedvrouw/ -man geworden; leerlingen stimuleren en bevragen de inbreng van elkaar waardoor verdie-ping en leesbevordering meer kansen krijgen.

In deze workshop vertel ik o.a. over de opzet en werkwijze van zo’n groepsmondeling. Ook wil ik graag met de deelnemers van gedachten hierover wisselen.

Margot de Wit

14u00

E.0.07

Mindmappen met kleuters

In deze sessie maak je op een interactieve manier kennis met een gradueel opgebouwde manier van mindmappen doorheen de kleuterschool. We hebben oog voor de overgang naar de lagere school en kaderen dit geheel binnen een duurzame werking voor begrijpend lezen.

An Van Rompaey

14u00

E.0.11

Push of pull? Een studie van typische vragen en strategieën bij effectieve schrijfcoaching in twee academische schrijfcentra.

Studenten van de KU Leuven en van de Radboud Universiteit kunnen voor hulp bij een schrijfopdracht aankloppen bij een ‘academisch schrijfcentrum’. Een schrijftutor helpt hen daar verder tijdens een individueel schrijfcoachingsgesprek, dat niet als doel heeft een perfecte paper tot stand te brengen, maar de student zo te coachen dat hij een betere schrijver wordt. Om dat doel te bereiken, stelt de tutor de student gerichte vragen en zet hij verschillende schrijfcoachingstechnieken in. Die zijn voornamelijk gebaseerd op de concepten van ‘non-directive tutoring’ en op het principe van ‘making the students do all the work’.
In deze presentatie staan de resultaten van een onderzoek naar het verloop van zulke ge-sprekken centraal. Meer bepaald focust de presentatie op de soorten vragen die tutoren stellen en op de strategieën die ze toepassen. De resultaten van het onderzoek in Leuven en Nijmegen worden vergeleken met de resultaten uit twee Amerikaanse onderzoeken en er wordt nagegaan welke implicaties die resultaten kunnen hebben voor docenten en op-drachtgevers van schrijfopdrachten.

Jan Bastijns & Lieve De Wachter

14u00

D.2.01

The Queen and the King. Twee boeken met levensechte verhalen uit het beroepsonderwijs

In mei 2018 verscheen het boek King Leroy en andere levensverhalen uit het middelbaar beroepsonderwijs. Studenten van Deltion (Zwolle) werden geïnterviewd door studenten Nederlands en journalistiek van Windesheim over hun leven. King Leroy is het vervolg op het succesvolle Queen Latifa (2014). Het boek wordt ingezet in het vrij lezen op Deltion. Het vertellen, schrijven, lezen van en praten over levensverhalen speelde ook een rol in de persoonlijke ontwikkeling en burgerschapsvorming van alle betrokken studenten. De verhalen helpen bso/mbo-studenten in hun taalontwikkeling, omdat ze genieten van het lezen van ‘echte’ verhalen over mensen zoals zijzelf. Alle studenten die bijdroegen aan het boek deden belangrijke inzichten op over verschillen in de samenleving en de omstandigheden waarin jongen mensen opgroeien en onderwijs volgen. Docenten van Windesheim en Deltion vertellen over de kracht van levensverhalen in betekenisvol taal-onderwijs.

Floor van Renssen & Frank Schaafsma

14u00

D.0.07

Vergroot de taalbeleving van leerlingen met een eigen filmproject.

Hoe zet je leerlingen aan tot lezen en hoe leer je hen creatief omgaan met taal? Dit is het uitgangspunt om jongeren uit het technisch- en beroepsonderwijs te betrekken bij het maken van een kortfilm. Via ervaringsgericht en vakoverschrijdend onder-wijs stimuleren we de goesting zin in taal.

Vanuit onze ervaring, twee gerealiseerde filmprojecten en de publicatie van een educatief lesdossier, schetsen we een stappenplan dat door elke gemotiveerde leer-kracht gehanteerd kan worden. Dit gebeurt aan de hand van voorbeelden, film-fragmenten en het beantwoorden van vragen.

De uiteenzetting heeft tot doel de leerkracht aan te zetten om op een interactieve manier met de leerlingen aan de slag te gaan en zo de klas een relationele en estheti-sche boost te geven.

Tim Vermoere & Fred Maenhout

14u00

D.0.08

Voorleestoer: 14-jarigen onderdompelen in woord en beeld = leesbevordering met grote L

Na 5 edities is de Voorleestoer stilaan een begrip geworden in Sint-Niklaas en bij de Vlaamse auteurs en illustratoren.
Eén dag per jaar zetten ruim 1600 14-jarigen de stad op stelten en worden ondergedompeld in WOORD en BEELD!
Maar de Voorleestoer is veel meer dan dat: het is ook de kapstok om de leerdoelen en eindtermen voor het 2de Secundair te bereiken vooral voor het vak Nederlands maar ook in tal van andere vakken.
Van ASO tot BUSO: alle richtingen, alle netten nemen deel. De voorbereidingen en naverwerkingen op de scholen zijn heel uiteenlopend en aangepast aan de gevolgde studierichting. De initiatiefnemers van de Voorleestoer zorgen voor ondersteuning met materiaal voor de deelnemende leerkrachten. Uitgewerkte lesmodellen, fragmentenbundel, website, auteursquiz enz.
Hoofddoel is jongeren op verschillende manieren in contact brengen met taal en beeld en hen voldoende prikkels te bezorgen zodat lezen en boeken weer een plaats krijgen in hun dagelijkse leven.

Ann Schatteman

14u00

E.0.06

‘Leuk verhaal, let op de spelling.’ Feedback geven op verhalen: waar let je op?

De kwaliteit van de schrijfvaardigheid verschilt nogal per basisschool. Op KPZ worden eerstejaarsstudenten voorbereid op het geven van stellessen op basis van Bouwhuis en Pauw (2017), Van Norden (2014) en Koster en Bouwer (2016). In ons onderzoek hebben we van 22 eerstejaarsstudenten hun lesopzet voor het schrijven van een verhaal aan groep 6, 7 en 8 verzameld, inclusief leerlingwerk plus de beoordeling door de student aan de hand van ankerteksten van Bouwer en Koster (2016). Deze verhalen zijn eveneens beoordeeld door 22 ervaren leraren met hun eigen be-oordelingscriteria. Onze eerste indruk is dat ervaren leraren weinig aandacht beste-den aan tekstuele beoordelingscriteria in verhouding tot eerstejaars. Verder blijkt dat eerstejaars veel steun hebben aan de ankerteksten voor het beoordelen van teksten van leerlingen.

Boukje Bruins & Ben Bouwhuis

15u30

E.0.12

Academisch Nederlands @VUB: V-oelen, U-itleggen en B-egeleiden

De overgang van het middelbaar naar het hoger onderwijs betekent voor studenten vaak een in-grijpende aanpassing. Studenten worden aan de universiteit geconfronteerd met een ander of nieuw taalgebruik, namelijk academisch Nederlands. Voor heel wat studenten is dat geen evi-dente aanpassing.

De studentenpopulatie aan de VUB is een uitgesproken heterogene groep en dit zowel op het vlak van socioculturele achtergrond, economische situatie als taalachtergrond. De instroom van Brusselse studenten met een andere moedertaal dan het Nederlands of een mindere beheersing van het Nederlands als moedertaal heeft procentueel minder kans om de overgang naar het hoger onderwijs vlot te maken.

De studenten taalvaardiger maken is het ultieme doel van het project academisch Nederlands. Om die ondersteuning uit te rollen stoelt het project op drie pijlers: V, U & B, waarbij de letters respectievelijk staan voor Voelen, Uitleggen en Begeleiden.

Onder ‘Voelen’ vallen de diagnosetesten: die ‘voelen’ waar de studenten moeilijkheden onder-vinden wat taal betreft. ‘Uitleggen’ staat voor de ontwikkeling van specifieke zelfstudiecontent: via een online oefenplatform kunnen de studenten oefeningen maken en uitleg krijgen rond (aca-demisch) Nederlands. De derde pijler, ‘Begeleiden’, betreft de initiatieven waarbij de projectme-dewerkers studenten begeleiden, zowel via facultaire activiteiten als een open aanbod.

Canigia Mestdagh & Inge De Cleyn

15u30

E.0.04

Gedifferentieerd denken over taalkwesties in de vooreindexamenklassen

Niet alle taalvragen kunnen eenduidig beantwoord worden. Er zijn taalkwesties waarvan ook Taaladviesdiensten, zoals Onze Taal, aangeven dat er verschillend over een oplossing gedacht kan worden. In deze adviezen lezen we dan zinsneden als ‘Het heeft de voorkeur…’, ‘Wat ons betreft…’, ‘…bij dit soort (…) kwesties mag er niet van fouten gesproken worden’.
In deze presentatie laten we zien hoe leerlingen in de klas zelf kunnen leren denken over dergelijke niet-eenduidige taalkwesties. Zij kunnen op zoek gaan naar de heersende taal-norm, maar zij kunnen ook onderzoeken wat er aan de hand is in de taalwerkelijkheid en hoe zij dit probleem vanuit logica en context kunnen beschouwen.

Annelies Van Laere & Karel Verhelst

15u30

D.2.01

Een boeiend talenbeleid in een tso-/bso-school

GO!KTA GITO Groenkouter is een multiculturele middelbare school in Gent waar je maar liefst 28 verschillende nationaliteiten kan tellen. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen is de school voor een aantal van deze leerlingen de enige plek waar ze het Nederlands (moeten) gebruiken en bijgevolg echt nodig hebben. Sinds het decreet aan-gaande gelijke onderwijskansen in 2002 het licht zag, wordt er vanuit het GOK-beleid hard gewerkt aan taalvaardigheidsonderwijs en levert de school heel wat inspanningen om de taalvaardigheid van de leerlingen te verhogen. Via deze presentatie worden er enkele acties vanuit het talenbeleid toegelicht.

Melissa Lurquin

15u30

E.0.07

Fungel, een online tool voor schrijfvaardigheid voor leerlingen van 10 tot 14 jaar

Fungel ondersteunt schrijfonderwijs in de derde graad van het lager onderwijs en in de eerste graad van het secundair onderwijs. Binnen een motiverende leeromgeving leren de leerlingen schrijfvaardiger te worden.
Schrijven is een moeilijke taalvaardigheid voor leerlingen en schrijfvaardigheid ondersteunen is moeilijk en arbeidsintensief voor leerkrachten. We weten uit verschillende invalshoeken (contacten met scholen, onderzoek, literatuur en eigen studenten in de lerarenopleiding) dat veel leerkrachten het moeilijk vinden om krachtig schrijfonderwijs te geven en dat taalmethodes daarin vaak te weinig ondersteuning bieden.
Daarom ontwikkelen we in nauwe samenwerking met het werkveld Fungel, een krachtige online tool rond enkele functionele schrijftaken, die aansluiten bij de eindtermen schrijven. Deze tool heeft als doel de ondersteunende rol van de leerkracht tijdens schrijfmomenten in de klas aanvullen, verlichten en versterken.

Hilde Vanbrabant

15u30

D.0.05

Gefocuste revisie in de schrijfles

Het geven van feedback op schrijfproducten blijkt een effectieve manier om de schrijf-vaardigheid van leerlingen te verbeteren. Het geven van feedback is echter tijdrovend voor de docent. Bovendien maakt feedback de leerling afhankelijk van de docent voor het verbeteren van de schrijfvaardigheid. De vraag is dan ook of leerlingen zelfstandig hun teksten kunnen leren verbeteren; dat wil zeggen, zonder feedback van de docent te hebben gekregen.
Onze studenten hebben onderzoek gedaan naar Docentonafhankelijke Gefocuste Revisie (DGR) in hun les Nederlands. Leerlingen leerden in deze lessen hun eigen teksten do-centonafhankelijk te reviseren met behulp van (checklisten met) gefocuste vragen.
Deelnemers aan de workshop zullen de methode DGR zelf gaan ervaren. Daarnaast zullen we tijdens onze workshop lesplannen aanreiken om zelf aan de slag te gaan met DGR.

Camille Welie & Pleuni Hooft van Huysduynen

15u30

E.0.04

Het eeuwigdurend spagaat. De leraar Nederlands tussen taalpraktijk en taalbeleid.

U herinnert zich vast nog dat het West-Vlaamse jeunen vorig jaar door de krant De Standaard en Radio 1 uitgeroepen werd tot het mooiste dialectwoord van Vlaanderen. Ook apsjaar, tjiepmuile en hennig scoorden goed. Kinderen die hangde zeggen in plaats van hing lachen we begripvol toe, en wanneer de Vlaamse acteurs in de populaire reeks Wat als? zich een Marokkaans accent aanmeten, vinden we dat met z’n allen grappig.

Door een jarenlang monotoon en variatievijandig taalbeleid verstart die spontane, natuurlijk omgang met taalvariatie echter totaal zodra men de les Nederlands betreedt, met als voornaam-ste slachtoffer de leraar Nederlands; die bevindt zich in een erg pijnlijk en schijnbaar onoplos-baar spagaat tussen het erkennen van taalvariatie als studieobject en het bestraffen van diezelfde taalvariatie als communicatiepraktijk in de klas, vooral wanneer die een te grote bedreiging voor het onaantastbare Standaardnederlands vormt.

In deze presentatie wil ik tonen hoe groot de afstand tussen de taalrealiteit en het taalbeleid (in het onderwijs) is geworden, en hoe het taalbeleid ons opgezadeld heeft met een onrealistisch standaardtaalideaal terwijl de taalrealiteit steeds diverser is geworden (met een sterke tussentaal, stedelijke etnolecten en chattaal, om er een paar te noemen). Ik wil ook laten zien hoe een aan-trekkelijk, modern, realistisch taalbeleid eruit kan zien: een taalbeleid dat de leerkracht beter ondersteunt in zijn/haar omgang met taalvariatie én een taalbeleid dat de creativiteit en het taal-plezier van leerlingen terugbrengt zonder het Standaardnederlands op te offeren.

Gert De Sutter

15u30

D.0.07

Met een prijswinnaar aan de slag (Wil van Jeroen Olyslaegers)

Elke jaar worden er in verschillende taalgebieden een aantal literaire prijzen uitgereikt. Het loont volgens ons de moeite om met een prijswinnaar in de klas aan de slag te gaan. Prijswinnaars en de media-aandacht die ze krijgen kunnen helpen om de leerlingen aan het lezen te krijgen, prijswinnaaars zijn een dankbare instap om leerlingen kennis te laten maken met de literaire actualiteit en de traditie, bovendien vind je van dergelijke boeken veel achtergrondinformatie en audio-visueel materiaal.

In deze workshop delen we – vertrekkend van de roman Wil van Jeroen Olyslaegers – een sjabloon voor een mogelijke lessenreeks rond een prijswinnaar. We verduidelijken didac-tische keuzes – we zetten de tekst en de leeservaring centraal maar bieden differentiatie-mogelijkheden op basis van verschillende interesses en mogelijkheden – en we doen suggesties voor ict-ondersteuning.

De deelnemers krijgen een link naar een uitgewerkte lessenreeks naar aanleiding van de Fintro prijswinnaar Wil van Jeroen Olyslaegers. We zullen de deelnemers ook uitnodigen om de lessenreeks in hun klassen uit te proberen.

Peter Van Damme

15u30

E.0.06

Nudging van het werkveld (Interactievaardigheden natuur & techniek)

Maak kennis met Alfred: vanuit de sociaal marketing methode ‘nudging’ zochten we naar een tool voor leerkrach-ten om hen een extra duwtje in de rug te geven. Enerzijds in functie van de verbetering van hun interactievaardigheden en anderzijds het implementeren van natuur en techniek in dagdagelijkse momenten.
Alfred stuurt via sociale media een uitdaging met gesprekstip die leerkrachten onmiddel-lijk kunnen toepassen in hun dagelijkse praktijk.

Freya Claes & Helena Taelman

15u30

E.0.05

Schoolbreed inzetten op leesplezier

Wie graag leest, leest meer en wie meer leest, leest beter. Om van kinderen en jongeren enthousiaste, gemotiveerde en goede lezers te maken moet de hele school inzetten op leesplezier. In deze sessie nemen we de pijlers van een goed leesbeleid op school onder de loep en tonen we inspirerende praktijken. Je gaat naar huis met tips om als individuele leerkracht een eerste impuls te geven aan een leesbeleid op jouw school.

Sarah Van Tilburg

15u30

E.0.11

Vakliteratuur lezen in het HBO

In het HBO blijkt het vaak moeilijk om studenten daadwerkelijk de vakliteratuur te laten lezen en begrijpen die we belangrijk achten voor hun ontwikkeling. In deze presentatie zullen we ingaan op onze ervaringen met verschillende vormen van blended learning om het lezen van studenten aan te moedigen en hun leesbegrip te ondersteunen. Het betreft hier niet alleen het gebruik van online tools (zoals peerwise en padlet) maar juist ook de integrale (lees)didactiek die we ontwikkeld hebben. Een online tool alleen is im-mers niet genoeg. De didactiek die we ontwikkeld hebben leidt bij veel studenten tot actiever en ook tot anders lezen. Een student verzuchtte recent ‘Het lijkt wel of ik op-nieuw heb leren lezen’. We verheugen ons er op om naar aanleiding van ons verhaal in gesprek te gaan met andere docenten die zich zorgen maken over het lezen in HBO/universiteit en ook te horen welke werkvormen (al dan niet blended) zij gebruiken in dit verband.

Anneke Smits

15u30

D.0.08

‘Blended werken in de praktijk: hoe kom je tot de ideale mix tussen werken op papier en digitaal?’ Of als het korter moet: De ideale mix tussen werken op papier en digitaal

Veel scholen zoeken naar de optimale inzet van digitale en papieren middelen in hun les-praktijk. Welke belemmeringen ervaren docenten bij het gebruik van online tools in de klassituatie? Welke oplossingen hebben ze ervoor bedacht? Hoe weeg je de voordelen van digitale middelen af tegen voordelen van werken met papier?
Leer van ervaringen uit heel Nederland hoe je het beste uit twee werelden kunt halen.
In deze presentatie delen wij de ervaringen, tips en tricks van talendocenten die wij in 2017-2018 uitgebreid gesproken hebben over blended werken in de praktijk.

Wendy van Krimpen

16u30

E.0.04

Ouder Nederlands in een nieuw jasje. Recente inzichten uit de taalgeschiedenis

In deze lezing presenteren we een overzicht van recente ontdekkingen uit het onderzoek naar de geschiedenis van het Nederlands. De relatief jonge benadering van de historische sociolinguïstiek, waarbij de banden tussen taal en de brede maatschappelijke context voorop staan, heeft immers de laatste jaren heel wat nieuwe inzichten opgeleverd. We staan met name stil bij de bijdrage van de zogenaamde taalgeschiedenis van onderop, waarbij niet enkel wordt gekeken naar het vooral literaire werk van hoogopgeleide mannen uit de sociale elite, maar waarbij we ook op zoek gaan naar allerhande sporen van andere geletterdheid. Zo bekijken we als voor-beelden kleine briefjes met een boodschap die armlastige moeders speldden op een te vondeling gelegd kind, smeekbedes van landlopers en armen die het lokale bestuur aanzochten om hen van geld en spijs te voorzien, en zorgvuldig neergepende brieven van eenvoudige soldaten en zee-lieden die het thuisfront vertelden over hun exploten in het buitenland. Zulke minder formele geschriften uit bredere lagen van de samenleving leveren ons heel wat nieuwe inzichten op over de schrijf- en spreektaal in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw, en op basis hiervan zullen we concluderen dat enkele hardnekkige mythes uit de klassieke taalgeschiedenis grondig moeten worden bijgesteld.

Rik Vosters & Jill Puttaert

16u30

E.0.12

Taalbeleid in het hoger onderwijs

Zowat elke universiteit in de Lage Landen formuleerde in de voorbije jaren een aantal richtlijnen en ambities rond taalbeleid. In essentie betrof het doorgaans een evenwichtssoefening tussen het ‘beschermen’ van het Nederlands als wetenschapstaal, en het aanvaarden van de dominante positie van het Engels in de internationale onderzoeksrealiteit. Los van de duidelijke verschillen tussen Vlaanderen en Nederland, zijn die visies de vertaling van een vrij breed gedragen communis opinio, en wegen ze niet al te zwaar op de universitaire begrotingen. Vlaanderen en Nederland volgen daarmee de trend die andere Europese landen eerder al inzetten.
Wie meertaligheid breder interpreteert dan ‘kennis van de moedertaal plus een beetje Engels’ moet die plannen wel als ontgoochelend en weinig ambitieus ervaren.
Met een blik op de diverse studies die recent verschenen over taalbeleid en universiteit – zowel in Vlaanderen en Nederland, als daarbuiten – proberen we een aanzet te geven voor wat een oprecht en gedurfd taalbeleid zou kunnen zijn.

Wim Vandenbussche

16u30

E.0.04

Zipfiles en metaforen. Het vergroten van taalbewustzijn in de les

We worden – zonder het altijd te beseffen – omringd door metaforen. Ook in het onderwijs. Er is vrijwel geen onderdeel van de taal die leerlingen moeten gebruiken, begrijpen of leren waarin geen metaforen voorkomen. Metaforen kunnen helpen bij het leren van woorden en uitdrukkingen, bij het herkennen van patronen in teksten (zowel geschreven als gesproken), bij het bieden van inzicht in de manier waarop we denken, hoe we andere mensen kunnen beïnvloeden – of door hen beïnvloed worden. Redenen genoeg dus om stil te staan bij de mogelijkheden om metaforen aan de orde te stellen in de les. We besteden aandacht aan drie benaderingswijzen: 1Patronen in taal – hoe zien metaforen eruit en hoe worden ze gebruikt? 2 Metafoor en cognitie – wat gebeurt er als we metaforen verwerken? 3 Metafoor en herkomst – waar komen uitdrukkingen vandaan?
In de workshop zal het accent liggen op de tweede benaderingswijze.

Wim Maas & Yke Meindersma

16u30

E.0.05

Aarzelende lezers over de streep: met prentenboeken aan de slag bij jongeren

Iedereen houdt van een goed verhaal. Ook jongeren die om verschillende redenen hun neus ophalen voor boeken: omdat het technisch lezen moeilijk gaat, omdat hun woorden-schat (nog) te beperkt is, of omdat ze nooit eerder in contact kwamen met een stimulerende leescultuur. Tegelijk hebben deze aarzelende lezers gemeen dat ze weinig tot geen succeservaringen met boeken en de weg niet vinden naar interessante boeken op hun maat.
In deze workshop verkennen we de mogelijkheid om aarzelende lezers over de streep te trekken met aantrekkelijke prentenboeken, zowel fictie als non-fictie. Ook staan we stil bij het belang van voorbereidende of verwerkende activiteiten die het thema van het boek aan de leefwereld van de jongeren koppelen, wat de leesmotivatie dan weer vergroot.
Je gaat naar huis met een hoofd vol mooie verhalen en haalbare lesideeën en vooral veel zin om met de jongeren in je klas te gaan lezen!

Marit Trioen

16u30

E.0.11

Back to the basics: pleidooi voor een authentiek MOOC-model academische taalvaardig-heid

De taalvaardigheid bij studenten hoger onderwijs neemt af (o.a. De Vries & Van der Westen, 2008; Jansen, 2008; Berckmoes & Rombouts, 2009; De Wachter & Heeren, 2014; van Koeven & Smits, 2016) en wordt diverser (o.a. Van Houtven & Peters, 2010; Van der Westen, 2010; Extra, 2011). Het probleem is des te groter, aangezien taalvaardigheid hand in hand gaat met studiesucces (Beijer, Panday, & Haijer, 2014; Van der Westen, 2014). Een visie van inclusief taalbeleid en taalontwikkelend lesgeven dringt zich op (Van der Westen, 2014). Een MOOC taalvaardigheid kan daar vorm aan geven. MOOCs (Massive Open Online Courses) bieden de flexibiliteit om gedifferentieerd en contextgericht te werken. Helaas is er een enorme uitval (tot 90%) (Jacobs, 2013), aangezien een MOOC een hoge mate van self-efficacy (Abeer & Miri, 2014) en zelfregulerend leren vraagt (o.a. McAuley, 2010; Veletsianos, Collier, & Schneider, 2015; Bernacki, Aguilar, & Byrnes, 2011; Littlejohn, 2016) en het instructional design van heel wat MOOCs onvoldoende inzet op betekenisvol leren (o.a. Conole, 2015; Teixeira & Mota, 2014; Margaryan 2015). In deze presentatie wordt een nieuw MOOC-model voorgesteld dat terugkeert naar het authentieke model van open onderwijs, dat inzet op scaffolding naar zelfregulerend leren en dat recht doet aan communicatief taalonderwijs, met als doelstelling de toegang tot het hoger onderwijs te faciliteren (ook voor kansengroepen) en om de slaagkansen in het hoger onderwijs te vergroten door in te zetten op een betere (academische) taalvaardigheid.

Carl Boel

16u30

E.0.06

Beginnende leerkrachten als rolmodellen voor lezen?!

De attitude en motivatie van leerkrachten in het algemeen en meer specifiek de leesattitu-de en leesmotivatie kunnen een belangrijke invloed hebben op het schoolsucces van hun leerlingen. Onderzoek wees er echter op dat leerkrachten vaak wel leesvaardig zijn, maar zelf niet graag lezen en dus aliterate kunnen worden genoemd. Aangezien lezen een cru-ciale rol speelt in het onderwijs en de maatschappij, is het essentieel om aliteracy tegen te gaan en in te zetten op een positieve leesattitude en -motivatie bij leerkrachten. In deze sessie presenteren we ten eerste de resultaten van een longitudinaal onderzoek waar de leesattitude van leraren in opleiding bij de start en aan het eind van de opleiding in kaart werd gebracht. We gaan op basis van die resultaten ook dieper in op wat dit nu kan bete-kenen voor een lerarenopleiding. Ten tweede zoomen we in het kader van continue pro-fessionalisering in op een professionaliseringstraject rond lezen bij beginnende leerkrach-ten en dan met name op het design en de impact ervan.

Iris Vansteelandt

16u30

D.0.05

Competentiegericht evalueren

Competentiegericht evalueren stelt de autonome leerling centraal. Wij proberen het indi-viduele groeiproces per leerling zichtbaar te maken door met waarderingen te werken (Onvoldoende, Voldoende, Goed , Zeer Goed) en daar kleuren aan te koppelen. De be-doeling is dat de leerling per vakonderdeel (lezen, luisteren, spreken, schrijven, taalbe-schouwing en literatuur) zijn eigen groeiproces bewaakt en tijdens het schooljaar dankzij gerichte feedback een waardering hoger kan klimmen. Als leerkracht bieden wij daarbij veel kansen aan om dit mogelijk te maken. De leerlingen maken bijvoorbeeld een tweede versie van een taak waarin ze de feedback van de leerkracht of klasgenoten verwerken, de leerlingen werken in groepjes samen en leren daarbij van elkaar, etc. De leerlingen kiezen daarnaast bij een mondeling reflectiemoment in de examenreeks op welk leerstofonder-deel zij willen focussen om een maximale groei mogelijk te maken voor een onderdeel dat tijdens het schooljaar minder vlot ging. Dat elke leerling daarbij een eigen laptop heeft en dat wij vooral digitaal werken, benadrukt de autonomie van de leerling en maakt nieuwe werkvormen mogelijk.

Litsa Hellings & Andreas Arts

16u30

D.2.01

Lezen en schrijven in het middelbaar beroepsonderwijs. Mbo-docenten Nederlands denken na over betekenisvol, contextgericht, rijk taalonderwijs

De Nederlandse onderwijsinspectie waarschuwt dat de kansenongelijkheid in het Neder-landse onderwijs toeneemt (Onderwijsinspectie, 2017). Ook zijn er zorgen rond het aan-tal laaggeletterden. Het Nederlandse middelbaar beroepsonderwijs kent een kwetsbare groep studenten die voor een groot deel afkomstig is uit de laagste niveaus van het voortgezet onderwijs. Terwijl zij dikwijls weinig lees- en schrijfervaring hebben, wor-den ze in rap tempo klaargestoomd voor landelijke toetsen. Met een groep docenten van mbo Deltion College Zwolle zoeken we naar manieren om voor deze groep studenten betekenisvol contextgericht taal- en leesonderwijs vorm te geven waarvan frequent en gemotiveerd lezen en schrijven deel uitmaakt. We willen onze bevindingen graag pre-senteren.

Erna van Koeven

16u30

D.0.07

Praten over romanfragmenten

Binnen de lessen literatuur moet ruimte gemaakt worden voor een meer lezersgerichte, in-houdsvolle bespreking van gezamenlijk gelezen literatuur: door de bespreking van echte lezersvragen, het uitwisselen van leeservaringen, het vergelijken van verschillende interpretaties en oordelen. Daarvoor is nog maar weinig geschikt lesmateriaal voorhanden.
Onze werkgroep Praten over romanfragmenten heeft een gratis website ontwikkeld met voorbeeldmateriaal voor docenten: met fragmenten uit moderne romans die binnen een lesuur klassikaal te lezen en te bespreken zijn en met vragen die een open klassengesprek over de inhoud van de gelezen fragmenten kunnen bevorderen. In onze presentatie lichten wij onze aanpak en uitwerking toe en vertellen wij over valkuilen en successen die wij ervaren hebben bij de uitvoering in onze lespraktijk. Ook over onze laatste aanvulling op de website, de videofragmenten van groepsgesprekken door leerlingen, willen wij onze eerste ervaringen presenteren.

Hans Goosen & Sarike Roest

16u30

E.0.07

Wereldklassen, differentiëren voor anderstalige nieuwkomers

Ellen Vanantwerpen & Veerle Dejaeghere